Ziektewijzer

Roest

Veroorzaker

Puccinia allii (synoniem: P. porri)

Verspreiding

De ziekte komt wereldwijd voor in gematigde en koele teeltregio’s.

Symptomen

De ziekte verschijnt eerst als kleine, ronde, witte tot geelbruine laesies langs bladnerven. De laesies ontwikkelen zich tot oranje tot rode ronde of langwerpige urediopustels die vaak worden omringd door chlorose. Ook kunnen chlorotische bladvlekken ontstaan zonder verdere symptoomontwikkeling. Wanneer de ziektedruk hoog is, worden de bladeren geel en gaan ze vroegtijdig dood. In de pustels kunnen zich later in het seizoen donkerbruine teliosporen vormen.

Uredial pustules with surrounding chlorosis on leek. Uredial pustules with surrounding chlorosis on leek.
Foliar chlorosis and dieback in leek with severe Puccinia allii infection. Foliar chlorosis and dieback in leek with severe Puccinia allii infection.

Voorwaarden voor ziekteontwikkeling

De schimmel kan als urediosporen of teliosporen overleven. Wilde Alliumsoorten dienen als een inoculatiebron van waaruit urediosporen over lange afstanden worden verspreid door de wind. Infectie wordt bevorderd door lage tot milde temperaturen en hoge relatieve vochtigheid (97 procent). Gestreste planten worden ernstiger door de ziekte getroffen dan gezonde planten.

Bestrijding

Routinematig gebruik van fungiciden bestrijdt deze ziekteverwekker adequaat wanneer de ziektedruk laag is. De ziekte-incidentie wordt beperkt door teeltpraktijken zoals wisselteelt, lage plantdichtheid, vernietiging van wilde Alliumsoorten en grondbewerking voor goede bodemdrainage. Indien mogelijk kan isolatie van prei ten opzichte van uitgewassen de ziekte eveneens beperken.

This browser is no longer supported. Please switch to a supported browser: Chrome, Edge, Firefox, Safari.