Veroorzaker
Leveillula taurica (anamorf: Oidiopsis sicula)
Verspreiding
Brazilië, Israël, Italië, Turkije en VS (Californië, Idaho, Utah en Washington)
Symptomen
Ronde tot ovale chlorotische laesies van 5-20 mm (0,2-0,8 in.) in diameter ontwikkelen zich op oudere bladeren en zelden op jongere bladeren voor de bolzetting. Sporulatie geeft laesies een grijs tot wit poederachtig uiterlijk. Rond de gedeelten met sporulatie kunnen chlorose en uiteindelijk necrose ontstaan. Laesies kunnen samengroeien en grote delen van het bladoppervlak bedekken. Deze ziekte lijkt het meest voor te komen op variëteiten met glanzende bladeren, wat verband houdt met dunne cuticulaire was.
White fungal sporulation on several leaves.
Voorwaarden voor ziekteontwikkeling
Leveillula taurica overwintert in gewasresten en allerlei verschillende gastheren. Conidia worden primair door de wind verspreid. Tot de omgevingsomstandigheden die infectie bevorderen, behoren relatief hoge temperaturen en lage relatieve vochtigheid.
Bestrijding
Verwijdering van gewasresten na de oogst, diepe grondbewerking en wisselteelt met een niet-gastheergewas gedurende minimaal een jaar dragen bij aan vernietiging van de ziekteverwekker. Er zijn fungicide spuitmiddelen verkrijgbaar om deze ziekte te bestrijden. Vermijd overmatige stikstofbemesting en vochtbelasting.