Veroorzaker
Dickeya chrysanthem i (syn. Erwinia chrysanthemi),
Pectobacterie carotovorum subsp. carotovorum (syn. E. carotovora subsp. carotovora)
Verspreiding
Mexico en VS (D. chrysanthemi), wereldwijd (P. carotovorum subsp. carotovorum)
Symptomen
Bacteriële zachtrot is vooral een probleem bij volwassen bollen. De aangetaste rokken lijken eerst met water verzadigd te zijn en zijn vaalgeel tot lichtbruin bij een infectie met Dickeya chrysanthemi, of bleekgrijs tot wit bij een infectie met Pectobacterie carotovorum subsp. carotovorum. Naarmate de zachtrot voortschrijdt, worden aangetaste vlezige rokken zacht en kleverig, terwijl het binnenste van de bol wordt afgebroken. Uit de nek van zieke bollen kan een waterige, stinkende dikke vloeistof worden geknepen.
Soft rot developing late in the season in two bulbs.
Early season soft rotting of a bulb.
Voorwaarden voor ziekteontwikkeling
Bacteriële zachtrot komt het meest voor bij uien tijdens opslag of transport; de ziekte kan zich echter ook ontwikkelen bij uien op het veld, voor de oogst, na zware regenval en als de bladeren doodgaan. De belangrijkste inoculatiebronnen zijn verontreinigde grond en gewasresten. De bacteriën worden verspreid door spattende regen, irrigatiewater en insecten. Ze kunnen de bol alleen binnendringen via wonden, die bijvoorbeeld veroorzaakt worden door verspenen, mechanische schade of zonnebrand. Verder kunnen uienvliegen zachtrotbacteriën vervoeren en ze tijdens het foerageren in de bol brengen. Deze ziekte wordt bevorderd door warme, vochtige omstandigheden, met een optimaal temperatuurbereik van 20-30 °C (68-86 °F). Tijdens opslag of transport kan zich zachtrot ontwikkelen wanneer de temperatuur hoger is dan 3 °C (37 °F).
Bestrijding
Vermijd zo mogelijk beregening en bestrijd schadelijke insecten zoals de uienvlieg. Ziekteverspreiding en infectie kunnen beperkt worden met bactericiden op koperbasis. Laat het uienloof rijp worden voor het oogsten en voorkom beschadiging van de bollen tijdens de oogst. Sla uienbollen pas op als ze goed gedroogd zijn en zorg voor de juiste temperatuur en vochtigheid met goede ventilatie om condensvorming op de bollen te voorkomen.