Ziektewijzer

Didymella stengelbrand

Veroorzaker

Didymella lycopersici (anamorf: Phoma lycopersici)

Verspreiding

Denemarken, Marokko, Nieuw-Zeeland, Roemenië, Rusland en Verenigd Koninkrijk

Symptomen

Infectie vindt gewoonlijk plaats op de stengel, op of boven de grond, maar alle bladdelen van de plant kunnen worden aangetast. Donkerbruine, verzonken laesies vormen zich aan de basis van de plant en breiden zich uiteindelijk uit, zodat ze de stengel omringen, met vergeling en verwelking van de oudere bladeren tot gevolg. Naarmate de verwelking voortschrijdt, kan de plant uiteindelijk doodgaan. Vaak vormen zich talloze zwarte spikkels (pycnidia) – de vruchtstructuren van de schimmel – op de donker verkleurde stengellaesies. Spattend water verspreidt de schimmelsporen van de pycnidia naar de vruchten, bladeren en stengels, met meer infecties en ziekteverspreiding tot gevolg. Vruchtinfectie treedt gewoonlijk op bij het uiteinde van de kelk en begint als een met water verzadigde laesie die zich snel ontwikkelt tot een verzonken zwarte laesie met concentrische ringen. Bladinfectie begint als kleine vlekken, die zich tot bruine laesies met concentrische ringen ontwikkelen. In het midden van deze laesies kunnen zich pycnidia ontwikkelen waardoor het blad uiteindelijk een ‘hagelschot’-uiterlijk krijgt of doodgaat.

Didymella stem rot often starts at the stem base. (Courtesy of Dominique Blancard, French National Institute for Agricultural Research) Didymella stem rot often starts at the stem base. (Courtesy of Dominique Blancard, French National Institute for Agricultural Research)

Voorwaarden voor ziekteontwikkeling

De schimmel kan in de bodem, in geïnfecteerde plantenresten en zaad, en op nachtschade en andere verwante waardplanten overleven. Didymella stengelrot treedt op onder allerlei omstandigheden, maar een temperatuur van 20 °C (60 °F) in combinatie met spattend regen- of beregeningswater is optimaal voor de ziekteontwikkeling en verspreiding. Planten worden gevoeliger naarmate ze volwassen worden en stikstof- en fosforgebrek in de bodem kunnen bijdragen aan de ernst van de ziekte.

Bestrijding

Fungicide bespuitingsprogramma’s kunnen effectief zijn, mits ze tijdig en op de juiste manier worden toegepast. Een goed saneringsprogramma, inclusief het verwijderen van alle geïnfecteerde plantenresten en alternatieve waardplanten, en driejarige wisselteelt tussen tomaatgewassen, kunnen de verliezen door deze ziekte beperken. Vermijd beregening en zorg bij kasteelt voor voldoende ventilatie.

This browser is no longer supported. Please switch to a supported browser: Chrome, Edge, Firefox, Safari.