Veroorzaker
Leveillula taurica (anamorf: Odiopsis sicula) op paprika en aubergine, en Golovinomyces cichoracearum (synoniem: Erysiphe cichoracearum (anamorf: Oidium cichoracearum)) op aubergine
Verspreiding
Wereldwijd (L. taurica); Azië (G. cichoracearum)
Symptomen
Leveillula taurica: tijdens de eerste infectiestadia verschijnen lichtgroene tot heldergele vlekken aan de bovenkant van de bladeren. Deze gedeelten worden later necrotisch. Geïnfecteerde bladeren krullen op en een poederachtige witte begroeiing wordt zichtbaar op de onderkant van de bladeren. Als er veel laesies zijn, groeien ze vaak samen, met algemene chlorose en afvallend blad tot gevolg. De ziekte schrijdt voort van oudere naar jongere bladeren. Op aangetaste planten worden de vruchten overmatig blootgesteld aan zonlicht, waardoor ze zonnebrand kunnen ontwikkelen.
Golovinomyces cichoracearum: eerst verschijnen kleine ronde tot onregelmatige, witte, poederachtige gedeelten op de boven- en onderkant van bladeren. De geïnfecteerde gedeelten kunnen zich uitbreiden, zodat ze bladeren, bladstelen en stengelweefsel bedekken. Oudere bladeren worden het eerst aangetast; later schrijdt de ziekte voort naar nieuwe weefsel. Aangetaste bladeren worden uiteindelijk geel en necrotisch.
Sporulation on eggplant cotyledons.
Sporulating lesion on eggplant stem.
Voorwaarden voor ziekteontwikkeling
Deze schimmels hebben een breed scala van gastheren. Door de lucht vervoerde conidia van eerdere gewassen of onkruid kunnen over grote afstanden worden vervoerd door de wind en als eerste inoculatiebron dienen. Voor infectie is geen hoge relatieve vochtigheid vereist. Omstandigheden met hoge temperaturen en weinig licht bevorderen in het algemeen de ziekteontwikkeling.
Bestrijding
Gebruik beschermende fungiciden om een epidemie te voorkomen of onmiddellijk nadat de eerste symptomen zijn waargenomen. Zorg voor luchtcirculatie rondom de planten en lichtpenetratie door het loof. Overrmatige bemesting wordt genoemd als reden dat echte meeldauwepidemieën kan verhevigen.