Veroorzaker
Bietenvergelingsvirus (BPYV)
Vector
Witte vlieg (Trialeurodes vaporariorum)
Verspreiding
Australië, Frankrijk, Italië, Japan, Nederland, Spanje en de VS
Symptomen
Bietenvergelingsvirus is een belangrijke ziekte op kaskomkommer en netmeloen (kanteloep). Dit virus was voorheen bekend onder de naam ‘cucumber yellow virus’ of ‘muskmelon yellow virus’. De symptomen verschijnen eerst op oudere bladeren als gele vlekken, die zich ontwikkelen tot gele, vlekkerige verheven gedeelten tussen de nerven, terwijl de nerven zelf groen blijven. Deze verheven gedeelten groeien uiteindelijk samen tot grote verdikte gedeelten, die broos worden en wellicht uiteenvallen. Naarmate de ziekte voortschrijdt, beginnen jonge bladeren de symptomen te ontwikkelen, maar de vruchten blijven onaangetast. Planten die in een vroeg stadium geïnfecteerd raken, kunnen in hun groei belemmerd worden en minder vruchten voortbrengen. De symptomen die veroorzaakt worden door bietenvergelingsvirus kunnen gemakkelijk verward worden met symptomen als gevolg van voedingstekorten (bijv. magnesium), aanvreting door insecten, slechte teeltomstandigheden en voortijdige veroudering.
Leaf symptoms include yellow raised areas between the veins with the veins remaining green.
Voorwaarden voor ziekteontwikkeling
De witte vlieg kan het bietenvergelingsvirus semipersistent oplopen en overbrengen. De symptomen beginnen zich twee tot vier weken na infectie te ontwikkelen. Het virus wordt niet door zaad verspreid of mechanisch overgebracht. Hoge lichtgevoeligheid lijkt een noodzaak voor ziekteontwikkeling te zijn. Dit virus heeft een breed scala van gastheren onder gewassen en onkruidsoorten. Naast komkommer, netmeloen (kanteloep) en kalebas infecteert BPYV ook vele sierplanten en andere groenten, zoals sla, witlof, wortelen, spinazie en bieten.
Bestrijding
Voorkomen dat witte vlieg de teeltfaciliteiten binnendringt door openingen af te schermen met insectenwerend gaas (minimaal 50–52 mesh/297 micron scherm). Een uitgebreid insecticidenprogramma, wisselteelt en een gastheervrije periode invoeren. Stop combinatieteelt van jonge en oude planten om het inoculumniveau te beperken. Verwijder onkruid en spontaan opgekomen planten in en om kassen. Voer plantenresten onmiddellijk na het oogsten af, om inoculatiebronnen te verwijderen.