Veroorzaker
Didymella bryoniae (anamorf: Phoma cucurbitacearum)
Verspreiding
Wereldwijd
Symptomen
Didymella bryoniae is een bladziekteverwekker die alle komkommersoorten kan infecteren. Jonge zaailingen kunnen snel omvallen na infectie. Op oudere planten verschijnen bladsymptomen als ronde, donker geelbruine tot zwarte vlekken omgeven door een gele ring. In de loop der tijd drogen en barsten deze laesies en vallen ze eruit; dit wordt vaak ‘hagelschot’ genoemd. Infectie aan de rand van het blad begint met verwelking en zet zich voort naar het midden, met loofverbruining tot gevolg. Geïnfecteerde stengels kunnen woekeringen ontwikkelen, die een karakteristiek rood of bruin, kleverig exsudaat uitscheiden. Ernstig geïnfecteerde stengels kunnen omringd worden, resulterend in het afsterven van de stengel. Binnen in het geïnfecteerde blad- of stengelweefsel kunnen zich kleine zwarte vruchtlichamen (pycnidia of pseudothecia) ontwikkelen. De symptomen bij vruchten kunnen variëren van kleine, met water verzadigde, ovale of ronde vlekken tot grote necrotische vlakken. Binnen in de laesies kunnen zich zwarte vruchtlichamen ontwikkelen. Infectie kan tot verweking aan het uiteinde van de bloesem leiden, die bruin of groen kan zijn. Wanneer het steeltje is geïnfecteerd, kunnen de vruchten afvallen.
Seedling infection. (Courtesy of Dan Egel)
Voorwaarden voor ziekteontwikkeling
Volle grond: de schimmel overwintert op geïnfecteerde komkommerachtige gewasresten en spontaan opgekomen komkommerachtigen. Deze ziekteverwekker kan ook door zaad worden verspreid. Wonden veroorzaakt door snoeien, insecten of veldwerkzaamheden kunnen belangrijke invalspoorten vormen voor de schimmel. De ziekte is het ernstigst bij volle grondproductie tijdens perioden met matige temperaturen en vochtig weer. Het optimale temperatuurbereik voor infectie is 20–25 °C (68–77 °F).
Beschermde teelt: lage nachttemperaturen en hoge vochtigheid bevorderen ziekteontwikkeling. Infectie van geopende bloemen kan tot ernstige problemen met de kwaliteit van de vruchten leiden, waardoor ze onverkoopbaar worden.
Bestrijding
Vermijd beregening. Wissel de teelt van komkommerachtigen minimaal drie jaar af met niet-gevoelige gastheren om de ziektecyclus te doorbreken. Bestrijd onkruid en verwijder wilde komkommerachtigen van potentieel bedreigde veldlocaties. Voer een preventief fungicide bespuitingsprogramma in. Gebruik zaad dat met fungiciden is behandeld. Naast de bovengenoemde maatregelen dienen bodemsterilisatie en een strikt hygiëneprogramma voor apparatuur en personeel te worden ingevoerd bij beschermde teelt.