Ziektewijzer

Bacteriële vruchtvlekkenziekte

Veroorzaker

Acidovorax citrulli (synoniem = Acidovorax avenae subsp. citrulli)

Verspreiding

Wereldwijd

Symptomen

Watermeloen: de ziekte kan zich in eerste instantie in de kwekerij openbaren op cotylen als onregelmatig gevormd, met water verzadigd weefsel dat zich verder ontwikkelt tot bruinzwarte laesies. Op jonge, zich ontvouwende echte bladeren kunnen kleine, afzonderlijke bruine laesies ontstaan langs bladnerven. Aanvullende symptomen bij zaailingen zijn o.a. chlorose, laesies die niet groter zijn dan een speldenprik, necrose in of tussen nerven en omvallen. In het veld drogen laesies die langs bladnerven ontstaan uiteindelijk op, waarna ze roodbruin tot zwart worden. De vruchtsymptomen bij watermeloenen verschijnen als donkere, grijsgroene, met water verzadigde laesies of vlekken op oppervlakken van de schil die niet met de grond in contact komen. De vlekken die zich op vruchtweefsel ontwikkelen dat in contact komt met de grond worden meestal in verband gebracht met schimmelinfecties. Naarmate de ziekte voortschrijdt, kunnen geïnfecteerde gedeelten op de schil van de vrucht scheuren of barsten.

Atypische symptomen van bacteriële vruchtvlekkenziekte zijn waargenomen op vruchten van watermeloenen die verbouwd werden voor het eetbare zaad, in droge, koele streken. De laesies verschijnen in eerste instantie op de epidermis als kleine necrotische vlekken ter grootte van een speldenprik. Naarmate de laesies groter worden, vormen zich in het midden bruinzwarte, stervormige barsten. Hoewel de laesies omgeven kunnen zijn door lichtgroene chlorotische ringen, wordt verzadiging met water gewoonlijk niet waargenomen. Onder de uitwendige laesies valt het vruchtvlees vaak uiteen tot droge, vaste, rotte holtes. In verder gevorderde stadia kunnen de vruchten vervormd raken (zie afbeeldingen op pagina 12).

Meloen: cotyledon- en bladlaesies op meloen zijn geelbruin tot bruin van kleur. Gewoonlijk ontstaat bij meloen sneller en vaker necrose dan bij watermeloen. De symptomen kunnen variëren per vruchttype. Laesies op vruchten met een gladde schil kunnen variëren van vlekjes ter grootte van een speldenprik tot kleine verheven of verzonden ronde gedeelten. De netvorming kan verstoord worden en verzadiging met water kan voorkomen rond verzonken laesies. Hoewel de laesies zich niet noodzakelijk uitwendig uitbreiden op de schil, breiden laesies die aan het oppervlak van de vrucht beginnen, zich vaak inwendig uit in een kegelvorm. Vanuit inwendige laesies kan zich secundaire vruchtrot ontwikkelen. Andere vruchtsymptomen voor alle meloensoorten zijn o.a. barsten van de epidermis en schurftachtige laesies.

Pompoen: de symptomen op cotylen variëren van verzadiging met water tot droge necrotische laesies. Ook kunnen zaailingen omvallen. Tot de bladsymptomen van pompoen behoren uitgebreide chlorose en langwerpige geelbruine laesies langs de bladnerven. Ook doorboring van bladeren wordt vaak waargenomen. De vruchtsymptomen bij pompoen zijn vergelijkbaar met die bij meloen en omvatten met water verzadigde gedeelten, barsten in de schil en inwendige rotting van de vrucht.

Honeydew melon fruit infection. (Courtesy of Tom Isakeit) Honeydew melon fruit infection. (Courtesy of Tom Isakeit)
Watermelon leaf collected from the field with typical foliar lesions of bacterial fruit blotch. (Courtesy of Kathryn Everts) Watermelon leaf collected from the field with typical foliar lesions of bacterial fruit blotch. (Courtesy of Kathryn Everts)

Voorwaarden voor ziekteontwikkeling

Acidovorax citrulli is een ziekteverwekker die door zaad wordt verspreid en overgebracht. Besmet zaad of geïnfecteerde verspeende planten zijn vaak de primaire inoculatiebron die tot uitbraken leidt. Spontaan opgekomen planten en wilde komkommerachtige soorten zoals cederappel kunnen ook dienen als inoculatiebron. Acidovorax citrulli overleeft niet lang in grond waarin geen gastheerweefsel aanwezig is. Infectie en ziekteontwikkeling worden bevorderd door een hoge relatieve vochtigheid, zware dauwvorming of regenval, in combinatie met hoge temperaturen. De bacterie wordt verspreid door spattende regen, irrigatiewater, mensen en apparatuur. Vruchten kunnen vroeg in hun ontwikkeling worden geïnfecteerd via stomata. Infectie treedt op voor de vorming van de wasachtige laag op de watermeloenvrucht. Daarom worden niet-verwonde rijpe vruchten als niet ontvankelijk voor infectie beschouwd, hoewel schaafplekken en andere wonden de ziekteverwekker toegang kunnen bieden, wat tot infectie van de vrucht leidt. Acidovorax citrulli staat er niet om bekend dat hij zich systemisch binnen de plant verplaatst. De bladsymptomen kunnen vaak verward worden met symptomen die door andere ziekteverwekkers bij komkommerachtigen worden veroorzaakt (bijv. Didymella bryoniae).

Bestrijding

Gebruik zaad dat met een negatief resultaat getest is op de aanwezigheid van Acidovorax citrulli met behulp van een gevalideerde testmethode voor zaadgezondheid. Verwerk gewasresten om de afbraak van resten en wied spontaan opgekomen zaailingen. Wissel minimaal drie jaar af met een andere teelt dan komkommerachtigen en voer een saneringsprogramma in voor gereedschap en veldpersoneel. Gebruik van kopergebaseerde producten bij verspeende planten en gedurende het hele teeltseizoen kan ziekte-uitbraken en verspreiden minimaliseren.

This browser is no longer supported. Please switch to a supported browser: Chrome, Edge, Firefox, Safari.