De toenemende virusdruk was voor Kwekerij Pijpers een belangrijke reden om over te stappen op een ToBRFV-resistent tomatenras. Met Grandice RES vond het bedrijf een ras dat resistentie combineert met een grove trostomaat, een open gewas en een sterke kop. In een nieuwe vlog van De Ruiter vertelt Jan Pijpers over zijn ervaringen en de belangrijkste leerpunten.
Bedrijf gegroeid sinds de jaren zestig
De geschiedenis van Kwekerij Pijpers gaat terug tot de jaren zestig. In de loop der jaren ontwikkelde het bedrijf zich verder in de glastuinbouw. De tomaten worden in twee gedeelten geplant: ongeveer twee derde vroeg in januari en het resterende deel eind februari.
Deze spreiding helpt het bedrijf om efficiënter met de warmtekrachtkoppeling om te gaan. Daarnaast levert het voordelen op voor de inzet en begeleiding van medewerkers.
“Door de arbeid wat gelijkmatiger te spreiden, kunnen we bijvoorbeeld nieuwe mensen makkelijker opstarten en het werk beter indelen,” vertelt Jan.
Toenemende virusdruk bepaalt raskeuze
Kwekerij Pijpers teelde jarenlang een grove trostomaat en besloot vanwege de oplopende virusdruk over te stappen op een resistent ras. Ook werkzaamheden in de kas speelden mee bij die keuze. Tijdens een verbouwing aan het scherm en enkele andere aanpassingen kwamen er meer externe mensen dan gebruikelijk op het bedrijf.
Jan legt uit: “De virusdruk in Nederland wordt steeds hoger en het wordt moeilijker om schoon te blijven. We willen eigenlijk zo schoon mogelijk telen en daarom kiezen we voor resistentie.”
Na overleg met de experts van De Ruiter kwam het bedrijf uit bij Grandice RES. Het ras sluit volgens Jan goed aan bij het product dat de kwekerij gewend is te telen.
“Grandice RES is ook een mooie, grove trostomaat. Daarom hebben we die switch gemaakt.”
Open gewas vraagt weinig bladwerk
Grandice RES vormt bij Kwekerij Pijpers een open gewas, waardoor het licht de vruchten goed bereikt. Jan: “Doordat wij clippen, zien we iets meer lengtegroei. Dat resulteert in een opener gewastype, waardoor het licht goed op de vruchten terechtkomt.” Daarom beperkt het bedrijf het bladwerk tot de onderkant van de plant: “We doen alleen aan bladsnijden van onderen. Het gewas is best open, zoals je ziet.”
Krachtige kop tijdens warme perioden
Een eigenschap die gedurende het seizoen duidelijk naar voren kwam, is de kracht in de kop. Ook bij hogere temperaturen bleef het gewas volgens Jan stabiel doorgroeien. “De kopstand is erg mooi. Er zit veel energie en kracht in de kop. Ook tijdens warme perioden behoudt hij een mooie, sterke kop met een goede bloemkwaliteit.”
De warmte zorgde daarbij niet voor een plotselinge toename van de lengtegroei. Jan zag vooral een gelijkmatige ontwikkeling van het gewas. “Hij komt met veel power door het warme weer heen. Dat resulteert niet in meer lengtegroei, maar in een stabiele lengtegroei. Dat is tijdens warme dagen zeer fijn.”
Tevreden over vruchtkwaliteit
Bij de start van de teelt werd de plantbelasting stapsgewijs opgebouwd. Na het planten werden de tweede en derde tros op zes vruchten gesnoeid. Later in het seizoen werd hoofdzakelijk een snoeibeleid van vijf vruchten per tros aangehouden, afgewisseld met een tros van zes wanneer de gewasstand dit toeliet.
Over de kwaliteit van de tomaten is Jan positief. Met name de kleur en de houdbaarheid van de groene delen vallen op. “Over de vruchtkwaliteit zijn we heel erg tevreden. De vruchten hebben een mooie kleur en de groene delen hebben een goed uithoudingsvermogen. Ze blijven mooi, sterk en groen.”
Eerste seizoen levert nieuwe inzichten op
Bij de teelt van een nieuw ras is het belangrijk om de plant goed te leren kennen. Halverwege het seizoen zag Jan enkele mogelijkheden om de teelt verder te optimaliseren. Zo zou hij in het voorjaar eerder met bladsnijden willen beginnen om de plant beter in balans te brengen.
Ook het toepassen van een ochtenddip bleek een bruikbaar stuurmiddel. Bij het voorgaande ras was dit lange tijd niet nodig geweest. Jan legt uit: “We zien dat deze plant er goed op reageert wanneer we met een ochtenddip werken. Daarmee beperk je de lengtegroei, want anders rekt hij iets te veel.”
Daarnaast wil Kwekerij Pijpers onderzoeken of de planten in het voorjaar langer kunnen worden ingedraaid voordat het bedrijf begint met clippen. Zo kan de lengtegroei mogelijk nog beter worden beheerst.
Geen neusrot waargenomen
Naast de gewasopbouw, kopkracht en vruchtkwaliteit noemt Jan nog een opvallend resultaat uit de teelt: “Een ander leerpunt is dat wij bij Grandice RES geen neusrot zien.”
De eerste ervaringen laten daarmee zien dat Grandice RES bij Kwekerij Pijpers niet alleen zekerheid biedt door de resistentie, maar ook goed aansluit bij de gewenste grove vruchtkwaliteit en teeltwijze.
Meer zien van de teelt en de ervaringen van Jan Pijpers?
Bekijk de volledige vlog van De Ruiter op YouTube: