Merlice
Voor een goede teelt is het bij Merlice continu zoeken naar de balans in de plant met de beschikbare middelen. Over twee weken worden de dagen weer iets langer en neemt de lichtintensiteit langzaam toe. En licht is nodig om extra kracht op te bouwen in de plant. In deze teelttip leest u wat Merlice nog meer nodig heeft voor een optimale ontwikkeling.
De beschikbaarheid van warmte-energie ligt bij de telers tussen de 0,3 en 0,8 m3/m2. Voor energiebesparing worden verduisteringsdoeken, één of twee beweegbare energieschermen, een combinatie van beide én vast folie ingezet.
Licht
De planten die afgelopen week zijn geplant, hebben vanuit de plantenkweker nog licht meegekregen.
Dat lijkt veel, maar een paar dagen later is de plant alweer leeg. En de energie wordt snel omgezet naar “rek” in plaats van het opbouwen en aanleggen van een sterke tros. In de oudere teelten staat de derde of vierde tros tegen de bloei. Het is een uitdaging om hier voldoende snelheid in te houden. Voor een goede balans van de plant is een zo generatief mogelijke teeltlijn essentieel.
Wanneer de plant te vegetatief staat, is er sprake van veel bladontwikkeling met weinig droge stofopbouw. De plant ziet bleek en is gerekt. Merlice moet blijven werken voor voldoende inhoud in de trossen. Een zwakke vegetatieve zetting geeft niet alleen een trage zetting, maar levert ook op het moment van oogst vertraging op. Een temperatuurverlaging in de ochtend van -0,5 graden vergeleken met de nachttemperatuur rond zonop, verlaagt het etmaal en zorgt voor kracht en generativiteit in het gewas. Laat het scherm open lopen bij 50 tot 100 watt instraling.
De etmaal bij Merlice ligt rond de 15,5 graden. Gebruik het licht om extra kracht op te bouwen in de plant en ga niet te snel over tot het verhogen van de etmaaltemperatuur. Juist de dagen met veel buitenlicht kunnen gebruikt worden om de plant extra energie mee te geven en om water en voeding in de pot of mat op orde te krijgen, zonder dat de plant hier vegetatief op reageert.
Wanneer lichtverhoging te snel wordt ingezet, bijvoorbeeld +3 graden 150-350W/m2, dan zal de plant makkelijk vegetatief reageren en moet er veel vocht afgevoerd worden. Een lichtverhoging kan goed werken, maar zorg voor een actief klimaat. Het scherm kan zo snel mogelijk open, houd daarbij een minimum buis aan van 38 graden. Stel eventueel een minimaal % lucht in op overschrijding van de verwarmingstemperatuur als de kastemperatuur boven de 19 tot 20 graden komt. Het scherm kan twee uur voor zonsonder worden ingezet om de temperatuur door te trekken. Het is belangrijk om de ramen open te houden. Werk met minimum raamstand.
De vroege plantingen mogen goed generatief weggezet worden. Zo blijft de bloeisnelheid op 0,6 tot 0,7 en komt de bloei hoger in de kop. Het is belangrijk dat de eerste trossen gebeugeld worden om kniktrossen te voorkomen. Zoals hierboven aangegeven is de snelheid van telen ook afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare energie. Bij een open scherm en meer energieverbruik staat er een rankere plant met een generatieve uitstraling. Als er veel wordt geschermd en weinig vocht wordt afgevoerd, staat er een volle tuin waar de ontwikkeling van de tros achterblijft.
CO2
Het licht gaat iets meer toenemen. Zet de CO2 hiermee ook wat hoger in de basis. Verlaag de waarden bij gesloten ramen of gebruik vloeibare CO2. De basis van 700ppm kan omhoog naar 1000 + 300ppm, met een negatieve correctie van 600ppm op raamstand. Wel is het van belang dat de kwaliteit van de rookgassen gecontroleerd worden.
Beheersing op watergift
Houd na het planten als basis drie tot vier beurten aan. Dat komt neer op 500cc per pot zonder te vegetatief te worden. Een plant op de mat heeft vier tot vijf liter vrij water ter beschikking! Het ontwikkelingsstadium kan een reden zijn om de plant op de mat te zetten. De keerzijde is dat de vruchten energie vragen, terwijl er minder energie over is voor de wortel. Dat is niet bevordelijk voor de wortelontwikkeling.
In de regel is vier keer per dag water geven naast de mat voldoende. Bij de tweede tros bloei kan dat variëren, maar bij de derde of vierde tros bloei is het noodzaak. De planten vallen anders om of schuiven van de mat.
Blijf met voldoende EC druppelen wanneer er meer water wordt gegeven en houd een gift EC van 3,8 tot 4,0 aan, zeker als het weer tegenvalt. De plant heeft de elementen nodig om te groeien en voldoende droge stof aan te maken. Als energie een extra beperkende factor is, ga dan een paar tienden hoger zitten met de EC. Kies er dan ook voor om wat stikstof te vervangen door Sulfaat of Chloor. De stikstof mag niet te ver wegvallen, dat gaat ten koste van ontwikkelingssnelheid.
Gewashandelingen
Om voldoende luchtbeweging in het gewas te houden, kan al snel een blaadje onder de plant weggehaald worden. Maak de splitsing snel schoon. Bij de grootste planten, met een tweede of derde tros, kan het nodig zijn om een kopblaadje mee te nemen. Dit is zeker een overweging bij 2,5 st/m2 of waar vijf bladeren tussen een de tros zitten.