Marinice
De gemiddelde lichtsom per dag ligt op dit moment rond de 2400 J/cm2. En daarmee verdampt de achterstand aan licht ten opzichte van vorig jaar snel. Veel licht en koele nachten hebben positief gewerkt om de plant generatief en op kracht weg te zetten. Hoe het Marinice verder vergaat, leest u in deze teelttip.
Door de warme dagen, nachten rond de 20 graden en een oplopende VD herstelt de plant moeizamer. De plant moet harder verdampen (koelen) en dit kost meer assimilaten dan de plant nodig heeft voor normaal herstel.
Als het gewas de verdamping slechter aankan, sluiten deels de huidmondjes waardoor de blad temperatuur oploopt, met stug, lepelig blad en minder opbouw van assimilaten tot gevolg. En een ‘batterij’ die niet 100% is opgeladen, belemmert de vrucht- en wortelontwikkeling. Met in het slechtste geval een zwakkere tros en mindere bloeikwaliteit.
Klimaat
Omdat het weer niet te sturen is, is de rol van de kweker des te belangrijker. Want er zijn genoeg aspecten waar de kweker wél invloed op heeft. Zo is het bij extreme buitenomstandigheden aan te raden een dubbelle hoeveelheid hommels te bestellen. De bijen kunnen in de vroege ochtenduren de bloemen bevliegen, als het klimaat nog beheersbaar is.
Als de avond- en nachttemperatuur 19 graden of hoger is, moet het tegenlucht er bij een straling <400 watt tijdig uitgeknepen worden. Zodra de instraling onder de 300 watt zakt, kan het knijpen van de luwzijde beginnen. Zorg ervoor dat de kastemperatuur niet stijgt en dat er niet afgelucht wordt als er geen instraling meer is. Anders stijgt het VD te snel, terwijl het belangrijk is het VD gedurende 3 à 4 uur zo laag als mogelijk te houden. In ieder geval tot 2 uur in de nacht. Een plant herstelt beter met een lager VD dan met een lagere temperatuur en een hoog VD. Lucht na 2 uur eerst de luwzijde af en daarna de windzijde. Zo stijgt het VD weer langzaam richting het begin van de ochtend en klaar voor de volgende dag.
De plantregistratie laat zien of de plant in balans blijft tijdens de omstandigheden. De volgende combinaties geven een goed beeld:
- Bloeihoogte in relatie tot stamdikte. Bij dit generatieve weer is een stabiele wekelijkse bloeihoogte bij eenzelfde stamdikte gewenst. Zo gauw de bloeihoogte verder oploopt (kleiner getal) en de stamdikte afneemt, is er sprake van een zwakker, generatiever stand. In combinatie met een korter blad betekent dit dat er onvoldoende assimilaten zijn aangemaakt.
- Zodra de bloeihoogte verder terugloopt (groter getal) en de stamdikte stabiliseert, is dit een aanwijzing voor een vegetatieve stand. In combinatie met een stabiel of langer blad betekent dit dat er voldoende assimilaten zijn aangemaakt.
- Zo is er nog een aantal combinaties te maken. Herken ze en neem ze mee in de te maken keuzes.
- De troslengte is een mooie indicatie van de troskracht; 2 cm is optimaal en 3 cm is acceptabel. Boven de 3 cm is er sprake van zwakte.
Watergift
Alles draait nu om het stimuleren van het verdampend vermogen. Zodra de huidmondjes sluiten, stopt de opname van water en mineralen. Naast de verdamping stopt ook de opname van CO2. Begin ’s Ochtends maximaal 2 uur na zonop met de eerste gietbeurt en stop 3 à 4 uur voo was te ruim water. Met de kans dat de wortelontwikkeling en -aanmaak verstoord worden door minder zuurstof in de mat. Vooral na de langste dag wordt dit een punt van aandacht. Er wordt veel water gegeven, rond de 8 liter per dag met een EC van 2.8 tot 3.0. Het advies is om de hoeveelheid af te laten hangen van de gemeten drain EC. Maak 30 tot 35% drain. Het verdampend gewas en matgewicht moeten goed in balans zijn. Als er door de verdamping een lepelend blad ontstaat, moet de gift aangepast worden. Anders heeft dit invloed op de wortelkwaliteit, wat moeizaam herstelt. Snijd regelmatig een mat open om de wortelkwaliteit te controleren.