De herfst heeft nu dan toch echt zijn intrede gedaan. De blaadjes vallen volop, de dagen worden korter en de temperatuur is ’s nachts al een paar keer in de buurt van het vriespunt gekomen. De vroegste planters oogsten al de eerste trossen. Een mooi moment om u weer bij te praten en onze actuele adviezen en verwachtingen met u te delen.
Weer
De temperaturen lagen de afgelopen dagen rond de 10°C overdag en gingen ‘s nachts een aantal keer richting het vriespunt. In het zuidwesten van het land was het een aantal dagen behoorlijk mistig. Dat resulteerde in lage stralingssommen. Het weer is wel stabieler geworden en de neerslaghoeveelheden zijn laag voor de tijd van het jaar.
Teelt
De vroegste planters oogsten al de eerste trossen uit de warmere hoeken van de kas en op de kop van de goten. Ook bij de latere planters zal de eerste kleur snel zichtbaar worden. Het gewas staat er fris bij en de veroudering van het blad onderin valt erg mee. Bij een aantal telers is de bladveroudering al wel zichtbaar. De vruchten op de laatste tros zijn mooie knikkers aan het worden; deze zullen pas snel uitdikken nadat de eerste tros geoogst is. De trossteel van de eerste tros is over het algemeen sterk en knikt, ondanks het gebrek aan trosondersteuning, vrijwel niet. De kronen ogen fris en sterk. De tweede tros krijgt ook al een aardig formaat. Bij een enkele teler kunnen weleens wat vruchten op deze tros achterblijven in de groei. Het gewas heeft, met de uitgroei van de bovenste bladeren, zijn maximale volume bereikt. Een aantal telers heeft 2 à 3 bladeren weggeknipt uit het gewas voor een betere lichtinval op de trossen. De noodzaak hiervan verschilt van bedrijf tot bedrijf en is sterk afhankelijk van de gewasontwikkeling. Hier is geen standaard voor en dit zal dan ook per planting bekeken moeten worden. De Botrytis-druk is laag in de teelten, mede door het actieve telen en het preventieve gebruik van gewasbescherming.
Klimaat
Veel telers hebben de nachttemperatuur ingesteld op 13°C. Vanuit ons wordt aangeraden om niet lager te gaan dan 14°C. Dit om problemen met de vruchtkwaliteit te voorkomen. Daarnaast kan de productie lager uitvallen als de temperaturen te laag zijn. Vergeet niet dat er altijd koudere hoeken van de kas zijn, waar de temperatuur lager is dan de gemeten waarde bij de meetbox centraal in de kas. Teel daarnaast actief met een minimumbuis van bijvoorbeeld 40°C. Maak gematigde etmalen van 14,5 tot 15°C bij dagen met 200 tot 250 joules instraling. Laat de temperatuur rustig oplopen in de ochtend met kleine P-banden en luchten. Zo voorkomt u dat de vruchten nat slaan. Met de tijd van het jaar is het risico van zonnebrand op de vruchten groot aan het worden. Trek het scherm rustig open en zorg dat de vruchten op temperatuur zijn voordat felle straling de vruchtwand kan beschadigen. Afgelopen jaar is het een aantal keer voorgekomen dat zonnebrand/kouschade op de laatste 2 trossen te zien was. Een kier trekken in het scherm heeft al een behoorlijk effect op de vochtuitwisseling tussen de verschillende lagen onder en boven het scherm. Probeer op de dag lichtafhankelijk te pieken met de temperatuur rond de 17°C, voor de generativiteit van het gewas. Trek het scherm aan het eind van de middag tijdig voor 85 tot 90 % dicht om de warmte in en boven het gewas vast te houden. De AV kan beheerst worden door boven het scherm te luchten.
Watergift
Beurten van 400 tot 500 ml zijn aan te raden op donkere dagen. Op deze donkere dagen dient u de watergift tussen 11:30 uur en 13:00 uur te geven, in 1 à 2 beurten. Past u hierbij de start- en stoptijden aan de klimaatomstandigheden en intering van het substraat aan. Telers met perliet en een zeer nat substraat doen er goed aan om op zeer donkere dagen af en toe een dag gieten over te slaan. Het gewas haalt voldoende vocht uit het substraat en te natte wortels zijn funest voor de kwaliteit. Streef de komende weken naar een maximale EC van 5.0 tot 5.5 in de mat. Voorkomt daarnaast de opbouw van Natrium en laat dit niet hoger oplopen dan 5 mmol.
Gewasbescherming
De plaaginsecten zijn overal goed onder controle. Telers hebben, aan het begin van de teelt, snel en adequaat ingegrepen bij de eerste druk van witte vlieg. De schimmeldruk is zeer laag en met actief telen kan deze druk laag gehouden worden.