De herfst is begonnen!
Weer
De komende dagen zijn de dagtemperaturen aan de lage kant met 14 tot 17 graden. Ook zakt de nachttemperatuur op veel plekken onder de 10 graden. Dagen met minder dan 500 joule komen vanaf nu regelmatig voor. Het is belangrijk om het gewas voldoende sterk te houden in relatie tot het licht.
Teelt
In de late augustusplantingen en de eerste week septemberplantingen is de kop er net uit, of ze gaan er begin volgende week uit. De plantbelasting zal snel toenemen. Zodra de laatste tomaten gezet zijn, kan de temperatuur omlaag. Houd in de gaten dat ook de laatste tros goed gezet wordt. Om een goede zetting te bevorderen, is het aan te raden om met een actief klimaat te blijven telen. Als er 7 vruchten in een van de trossen worden aangehouden, is het belangrijk om de puntvrucht voldoende grof te krijgen. In geval van energiekrapte is een 7de vrucht af te raden.
Klimaat
Bij de vroege plantdata zijn de temperaturen al flink verlaagd. Blijf telen op behoud van kracht, het gewas zal in deze fase met een beperkte hoeveelheid licht niet meer herstellen. Het is belangrijk om op maximale bloeisnelheid te werken om de zetting te bevorderen. Probeer in de middag gedurende 2 tot 3 uur een temperatuur van minimaal 19 graden aan te houden, en houd bij donkere dagen 1 tot 2 graden lichtverhoging op de ventilatie aan. Actief telen blijft het advies; houd de raamstand erin om een vochtig klimaat te voorkomen. Het AV mag niet oplopen bij een gelijkblijvende temperatuur. Om een inactief klimaat te voorkomen, wordt geadviseerd om in de ochtend en namiddag te luchten. Op donkere dagen is het verstandig om tijdig naar de nachttemperatuur te gaan. Zorg bij helder weer dat de koppen op temperatuur zijn door op te stoken naar 17 graden. Bij donkere dagen is opstoken naar 16 graden voldoende, mits er buis en raamstand in zit. Een inactief klimaat is funest voor het nutriëntentransport in de plant en vergroot de kans op schimmelproblemen in het gewas.
Waar de kop nog niet uit het gewas is, blijft het belangrijk om maximaal op snelheid te werken zolang er overschot is. Deze kracht is hard nodig gedurende de rest van de teelt. Zorg dat de temperatuur nog niet onder de 17.5 graden komt op donkere dagen. Op lichte dagen van >800 - 1000 joules is het mogelijk om etmalen van 18 – 18.5 graden te realiseren. Dagtemperaturen >23 – 24 graden zijn niet wenselijk. Controleer of de P banden in relatie staan tot de buitentemperatuur en windsnelheid en kijk nog eens kritisch naar de maximumraamstand. Het advies is om op donkere dagen kort boven de stooklijn te blijven, zo blijven de gerealiseerde temperaturen dichtbij de ingestelde waarden. Het behoud van afbloeisnelheid is mogelijk door tussen 12:00 en 15:00 een dagtemperatuur van 19 tot 20 graden aan te houden, mits de kop voldoende kracht heeft.
Er wordt al volop geschermd, ook in de ochtenduren. Met de juiste schermstrategie is een inactief klimaat te voorkomen. Om gewasactiviteit te behouden is het belangrijk om voldoende te luchten. Zorg altijd voor een buis en luchten wanneer het verschil tussen de stook- en buitentemperatuur < 8 tot 10 graden is. De minimumbuis in de ochtend mag niet lager zijn dan 40 graden. Op straling eruit kan > 200 – 250 watt aangehouden worden. Op raamstand de minimumbuis, bijvoorbeeld: - 20 graden > 30 – 40 % raamstand overdag en in de avonduren.
Trossnoei en bonken
Het aantal vruchten per tros blijft zoals elk jaar een punt van discussie. Enkele vuistregels bij meer vruchten per tros:
- Mits de laatste zetting voor 10 tot 12 oktober is, is het te overwegen om een extra vrucht aan te houden
- Er dient minimaal één bloem afgesnoeid te worden
- Zorg voor een sterke trossteel
- De afbloei moet snel gaan
- Kies bij een 5 trossenteelt niet voor extra vruchten. Dit heeft in het verleden meer problemen opgeleverd dan rendement.
Toppen
Vroege toppers hebben op 2 bladeren getopt. Dit geeft aan het eind van de teelt meer bescherming van de vruchtwand tegen verbranding bij sterke instraling.
Bevlieging
Bij een goed, actief klimaat zijn er geen zettingsproblemen. Blijf wel de bevlieging goed monitoren, met name op donkere dagen. Na het toppen gaan veel bloemen vaak tegelijk bloeien. In combinatie met een gereduceerde temperatuur kan dit problemen geven in de bestuiving. Ieder jaar worden verschillende telers verrast door een mindere bestuiving in een bepaalde hoek van de kas. Extra hommels bijplaatsen kan helpen voordat de laatste tros gaat bloeien.
Voeding
- De pH is waarschijnlijk op de meeste bedrijven hoog, tot wel >7. Geef indien mogelijk ureum mee. Ammoniumnitraat kan ook, zolang er nog voldoende groei is en de calciumopname minder van belang is. De opname van sporenelementen is sterk pH-afhankelijk. Wanneer de groeiomstandigheden afnemen is het aan te raden mangaanchelaat en ijzer EDDHA mee te geven. Een hoger percentage ijzer, van 3 naar 6 %, stimuleert een betere opname.
- Verhoog de kali en verlaag de calcium tijdig. Het verhogen van de kali kan bijvoorbeeld met 1 - 1.5 mmol. Kali in de drain moet minstens 2 - 3 mmol onder het calcium zijn. Voor goede conclusies over de opnames is het aan te raden een bladmonster te laten analyseren.
- Hanteer een EC-gift van 3.0 - 3.3 tot de kop eruit is, mits de drain EC 4.5 - 5.0 blijft. Bij een hogere drain EC moet de EC-gift verlaagd worden naar 2.7 - 2.8.
- Verhoog bij zonnig weer de beurtgrootte, dat kan helpen om de EC te laten zakken. Streef naar een EC van zeker < 4.0 - 4.5 ms. Maak bij zonnig weer 20 - 30% drain zodat de EC niet te hoog oploopt.
- Verhoog de fosfaatgift naar maximaal standaard, de ijzeropname wordt anders negatief beïnvloed door een antagonistische werking.
Watergift
De beurtgrootte is al flink vergroot om de EC laag te houden, naar 300 - 350 ml bij steenwol. Houd vervolgens beurten aan van circa 200 ml. Streef naar minimaal 10 - 12% intering, mits er op zonnige dagen tijdig drain is. De eerste drain moet naar ongeveer 13:00 - 13:30. Voorkom een te natte mat want dit verlaagd de wortelkwaliteit. Het behoud en aanmaak van haarwortels is cruciaal voor de opname van sporenelementen. Een tekort aan ijzer en mangaan kan leiden tot groeivlekken. Starttijd van de gift is 2 - 2.5 uur na zon op, mits de intering is bereikt. Stoptijd op donkere dagen is 4 - 4.5 uur voor zon onder. Op zonnige dagen is het mogelijk om een uur langer door te gaan.
Watergift bij perliet substraat
In tegenstelling tot steenwol, is het bij perliet aan te raden om meerdere kleine beurten te geven. Het watervasthoudend vermogen is namelijk lager bij perliet. Zolang de kop er nog in zit, is het mogelijk om 1 - 2 uur langer door te gaan met de watergift. Afhankelijk van de buisstrategie is een extra nachtbeurt aan te raden, zo wordt een te grote intering voorkomen. Begin niet eerder met de watergift, dit kan namelijk steektrossen/vegetativiteit induceren.
Ziekten en plagen
Witte vlieg, rups, meeldauw en botryris blijven een risico. Op bedrijven waar phytium is waargenomen, is het belangrijk om snel in te grijpen. Dat kan met AA Terra en/of Previcur Energy. Volg hierbij de aanwijzingen op de verpakking.