Nu de eerste komkommerteelten alweer geplant zijn, is het de hoogste tijd om u bij te praten en onze actuele teelttips met u te delen.
Weersomstandigheden
We zitten in de donkerste maanden van het jaar. Toch worden de dagen al wat langer en als de zon een beetje doorkomt, hebben we vrij makkelijk al wat meer straling. Vorig seizoen begon het jaar donker en hadden we uiteindelijk 10 tot 15% minder licht. Laten we hopen dat het dit jaar iets beter uitpakt.
Teelten
De eerste teelten zijn inmiddels geplant, zowel traditioneel als hogedraad. Bij de traditionele teelten vanaf de grond maken we, tot aan de gewasdraad, ongeveer 18 tot 20 bladeren. Bij de traditionele teelt op de teeltgoot zijn dit wat minder bladeren. Bij een traditionele teelt, geplant in de eerste week van januari, kunt u ongeveer 3 tot 4 stamkomkommers laten zitten tot aan de gewasdraad. Iedere week later geplant, is 1 komkommer meer. Probeer dit een beetje te verdelen over de stam, waarbij u beter onderin wat meer bladeren leeg kunt laten dan bovenin. De komkommers bovenin krijgen theoretisch wat meer licht. Pas op met een te hoge belasting op de stam. De productie van deze teelt komt immers tot zijn recht op de rank. Belast u de stam te veel, dan worden de ranken zwak, is de overgang van stam naar rank slecht en kost dit dus productie. Laat bij het koppen van de stam de 2e en 3e rank van boven zitten en dus niet de bovenste 2 ranken. Dit zorgt voor een betere overgang.
Bij Paxtor zien we bij de start in de traditionele teelt een iets gedrongenere plant van de plantenkweker komen. Paxtor is kort geschakeld en lijkt daardoor wat trager bij de start. Eenmaal geplant zal de plant echter zich snel ontwikkelen. Tegen de eerste oogst aan is er geen verschil meer waarneembaar met andere rassen. Houd u er bij uw dunningsstrategie op de stam wel rekening mee dat Paxtor meestal tot aan de draad een blad meer aanmaakt dan andere voorjaarsrassen.
Bij de hogedraadteelten geldt eigenlijk hetzelfde: nu te veel belasten, is niet goed. Deze teelt wordt gestart met 1,5 tot 1,7 planten per m2 en dit verdubbelt rond week 8. Voor dit moment is dit genoeg. Pas als we rond de 8.000 Joules per week aan licht hebben (vanaf week 10 tot 12) is het mogelijk om 3 of meer stengels per m² te oogsten. Éen blad per stengel afsplitsen, kost 1.500 tot 2.000 Joules per week. Dat betekent dat we met 5.000 Joules per week ongeveer 3 tot 4 bladeren per week per stengel maken x 1,5 stengel. Dat komt neer op 6 bladeren per m² per week. Als we hier om-en-om dunnen, komen we op ongeveer 3 komkommers per m² per week, en dus op 1,3 kg per m² per week. Voor 1 kg komkommers hebben we gemiddeld ongeveer 3.500 tot 4.000 Joules nodig. Qua belasting zitten we dus goed voor wat betreft het licht. Zou je 3 stengels per m² hebben, dan praten we over een potentiële belasting van 6 komkommers als we om en om dunnen. Dat komt neer op 2,5 kg per m². Voor deze productie hebben we 2,5 x 3.500 = 9.000 Joules nodig.
Het verdubbelen van de koppen kan op 2 manieren. Zelf kies ik het liefst voor de methode waarbij we op het 13e blad de eerste scheut/rank aanhouden, op het 18e blad de kop eruit te halen en daar dan ook meteen de 2e scheut laten zitten. Ondertussen dunt u de stam netjes uit tot aan het 18e blad. U zult zien dat de beide scheuten mooi gelijk boven komen. Een gewas geplant in week 3 kan normaliter 5 tot 6 stamkomkommers hebben. Als de laatste vrucht aan de stam bloeit, zal de 1e vrucht op de scheut op het 13e blad 1 tot 2 dagen later bloeien. Dat betekent een mooie overgang.
Een andere optie is op het 18e blad de kop eruit nemen en op het 17e en 18e blad een scheut laten zitten. Dit is minder arbeidsintensief, maar zorgt wel voor een minder mooie overgang.
In de belichte hogedraadteelten, vanaf december geplant, zien we dat het ras Garpo het goed doet. In principe start u hier ook met 1,5 tot 1,7 planten per m² en houdt u ook op het 13e blad de eerste scheut aan en op het 18e blad de 2e. Hier neemt u de kop uit. Dit is wel een beetje afhankelijk van de belichtingscapaciteit. Vanaf 180 µmol vermogen kunt u al snel tussen de 6.000 en 7.000 Joules per week maken. Dit is, samen met wat buitenlicht, al snel genoeg voor de extra stengels.
Klimaat
Bij de start van de teelt kunnen we wat tempo maken tot aan de eerste bloei. In de opkweek passen we een temperatuur van 22 tot 23°C toe. Dat betekent niet dat u deze etmalen moeten hanteren, maar een beetje tempo mag.
Voorbeeld instelling:
| Tijd: | Verwarmingstemperatuur: | Ventilatietemperatuur: |
| Zon op | 20°C | 27°C |
| 15:00 uur | 19°C | 27°C |
| 23:00 uur | 19°C | 27°C |
Met deze instelling tot aan de bloei zit u redelijk goed. Met de zon wordt de kastemperatuur automatisch wat hoger. Bij de eerste bloei moet u de voornacht iets lager instellen om selectiviteit in de plant te maken. Als het gewas te sterk is, kunt u op de dag de temperatuur iets verhogen en/of de dag iets verlengen. De ventilatie mag nu nog een beetje weg van de stooklijn. Over een paar weken brengen we de ochtend dichter bij de stooklijn.
Laat het etmaal altijd afhankelijk zijn van het licht. Dus bij weinig licht (0 tot 200 Joules) kiest u voor een etmaal van rond de 19 tot 19,2°C. Bij een lichte dag (1.000 Joules) mag het etmaal 21 tot 21,5°C zijn, afhankelijk van of het gaat om een traditionele of om een hogedraadteelt. Bij een hogedraadteelt moeten we altijd op kracht en groei werken en zal dus het etmaal normaal gesproken 0,3°C lager zijn dan bij een traditionele teelt. Maak de instelling zo dat de basis altijd normaal is (19°C berekende etmaal) en maak invloeden op basis van licht.
Teelttip herfsttomaat
Elke maand delen wij tips voor de herfsttomaten teelt. Wilt u die rechtstreeks in uw mailbox ontvangen? Meld u dan meteen aan!
Etmalen bij belichting zijn niet anders dan bij de normale teelt. Een veel gemaakte fout is dat er, bij belichting, veel te hoge etmalen gedraaid worden. Het gevolg is een zwakkere plant en een hogere bladafsplitsing met vaak te hoge belasting. Een installatie van 160 tot 180 µmol komt overeen met een instraling van 150 tot 200 Watt en 45 tot 48 Joules per uur. Als u dus 18 tot 20 uur draait met een dergelijke installatie, betekent dit dat u 800 tot 900 Joules per dag maakt. Aangevuld met wat van buiten komt, maakt dat 1.000 Joules totaal. Bij een teelt zonder belichting draait u ook geen etmalen van 23°C. Dus ook voor de belichte teelten geldt dat het etmaal in verhouding moet zijn met het licht. Ook de plantbelasting moet hierop afgestemd worden. Met 8.000 Joules per week kunt u ruim 2 kg per m² belasting aanhouden. Heeft u een LED-installatie met dimfunctie? Dan moet u eigenlijk vanaf 450 tot 500 Watt buitenstraling gaan dimmen om niet boven de 650 tot 750 Watt uit te komen. Bij een HPS-installatie moet u vanaf 450 Watt 50% uitschakelen en bij 550 tot 600 Watt helemaal afschakelen. Het een en ander is natuurlijk wel afhankelijk van de kracht van de plant!
Energie
Vorig jaar om deze tijd zag de wereld er qua energie er iets anders uit. Toen was alles heel duur. Op dit moment zijn de prijzen op een meer acceptabel niveau: rond de 30 cent per m³. Dat betekent nog wel steeds dat als we 25 tot 25 m³ per jaar verstoken, we inclusief belastingen toch nog aardig wat kwijt zijn. WKK-gebruikers kunnen op dit moment op dagbasis redelijk uit de voeten met stroomprijzen van €70,- tot €100,- per MWh.
Probeer zoveel mogelijk minimumbuis te beperken. Zeker bij een net geplant gewas is een minimumbuis niet nodig. Als we een VD van 3,0 hebben, is het gewas actief en hoeven we geen vocht weg te stoken. Is er sprake van een groeibuis waarbij de kop ver genoeg voorbij de buis is? Maakt u dan groeibuis in de eerste buis. Pas wel op met een te warme buis. Ga voor 45 tot 48°C maximaal. Anders wordt een groeibuis al snel een knoeibuis. Pas ook op met een te warme maximumbuis. Zeker bij een kleine plant is het warmen van de plant voldoende. Een buisrail van 50°C heeft een stralingsradius van 50 tot 60 cm. 5°C extra buis kost veel energie.
Schermen en AC-Folie
Vroege plantingen met een AC-folie krijgen de komende tijd zeker te maken met een volgroeid gewas en vochtproblemen. Om deze te tackelen, moet er voldoende lucht boven het folie zijn. Wees niet bang op de windkant en dicht op de stooklijn te luchten. Om een broeikop/-rank te voorkomen moet er activiteit zijn, zodat het niet te vochtig wordt. Een plant onder folie is ook al snel 0,5 tot 1°C warmer. Pas hier dus uw instellingen op aan. Probeer het gewas/de verdamping ook wat te remmen door een wat hoger EC mee te doseren. Een EC van 3,5 is geen probleem. Als het echt te vochtig blijft, moeten er gaten gemaakt worden in het folie. Begin hiermee altijd op het hoogste punt van de kas.
Het beweegbare scherm is zeker nog nodig in deze periode. Het beweegbare scherm mag open als het buiten > 8°C is of als er meer dan 180 Watt straling is. Bij lagere temperaturen moet de stralingsgrens naar boven, tot >250 Watt bij temperaturen boven het vriespunt. Sluit in de middag op tijd het scherm en probeer buistemperaturen van meer dan 45°C te voorkomen als gevolg van te laat sluiten. Een black-out-scherm moet open van zonsopgang en dicht bij zonondergang.
Een instraling van 150 tot 200 Watt staat gelijk aan een buis van 40 tot 45°C.
Watergift
Afhankelijk van het teeltmedium start u 2 uur na zonsopgang en stopt u 2 tot 3 uur voor zonsondergang op steenwol. Op perlite en kokos mag dit 1,5 uur na zonsopgang zijn tot 1,5 tot 2 uur voor zonsondergang.
Laat de watergift afhangen van de teeltfase. Een vol producerend gewas heeft al snel 2,5 tot 3 ml per Joule nodig. Oftewel 25 tot 35% drain. Een net geplant gewas vraagt om 0,5 tot 1,0 ml per Joule. Probeer ongeveer 4 uur na zonsopgang de eerste drain te realiseren. Dit is 1,5 tot 2 uur na de eerste beurt. Neemt u een watermonster voor drainwateranalyse? Doe dit dan altijd rond lunchtijd. Dat geeft het beste beeld van de voeding.
Streef een EC na van 3,0 tot 3,5 in de mat en drain. Bij gebruik van AC-folie mag/moet de EC iets hoger zijn: zeker richting 3,5 in de mat.
CO2
Tot aan eerste bloei heeft de plant niet veel CO2 nodig. Pas wel op dat het niveau niet onder 350 ppm komt. Zeker op een zonnige dag en met de ramen dicht kan dit al snel voorkomen. Tot aan bloei is 500 ppm maximum genoeg. Dit mag u opbouwen tot aan 800 ppm bij productie. Pas wel op met folies en schermen zodat de CO2 niet continu doorschiet. Gebruik, als het mogelijk is, in deze fase zuivere CO2 of CO2 van de ketel. In CO2 van een WKK kunnen schadelijke gassen zitten die, doordat de ramen dicht zijn, zich opstapelen in de kas.
Problemen
Doordat we nog niet veel luchten, is de druk van insecten laag. Wat we wel veel zien, is dat trips en spint zich in de teeltwisseling verbergen in gronddoek en CO2-leidingen. Probeer hier actie op te ondernemen. Sowieso is schoon eindigen in de herfst het beste. Is de kas leeg kan? Dan kan een behandeling waarbij de grond of het gronddoek geraakt wordt, uitkomst bieden. Probeer problemen te voorkomen door regelmatig te scouten, en dit ook preventief te doen. Maak met uw bio-adviseur een plan. Alleen al door er op tijd bij te zijn, kunt u veel narigheid voorkomen.
Qua schimmels is het vooral belangrijk om de vochtbalans op peil te houden. Vermijd een VD < 1,5 in de kas. Een half uurtje is geen probleem, maar het moeten geen uren worden.
Pythium ligt in deze fase ook altijd op de loer. Te veel, te weinig of te koud water; het zijn allemaal veroorzakers van pythium. Er zijn voldoende middelen om dit probleem te tackelen, maar men moet de problemen wel zien!