Het weer is nog altijd niet om over naar huis te schrijven. De vele regen afgewisseld met warme dagen maakt het telen uitdagend. Maar met de juiste tips is het zeker wel mogelijk mooie oogsten te realiseren. Wij helpen je graag door onze actuele bevindingen met je te delen.
*Onder voorbehoud van goedkeuring (Veredelingscode: DRCE1355)
Weersomstandigheden
Het echte zomerweer laat nog altijd op zich wachten. Het was een voorjaar met veel regen en wisselend weer, waarbij mooie dagen gevolgd werden door dagen met regen. We zitten op de langste dag nu en de zomer is officieel begonnen. Het kan zeker nog wel zomers weer worden!
Teelten
De 3-keer-planters zijn alweer met de 2e teelt in productie, hogedraadtelers zijn aan het einde van de teelt, en bij de 2-keer-planters lopen de teelten ook op hun einde. Eind juni, begin juli wordt er veel overgeplant.
De marktsituatie was goed op het moment van schrijven van de vorige teelttip. Op dit moment ligt dat iets anders, met zeer lage prijzen. Dit is hopelijk een periode die niet al te lang gaat duren. Waar vorige keer de keuze nog was om tussen te planten of niet, is dit met de huidige prijzen wat minder relevant. Tenzij je continu aan de markt moet/wil zijn. Vaak wordt er ook gekozen voor tussenplanten als de weersvooruitzichten warm en droog zijn. Het klimaat bij een tussenplanting is nu eenmaal wat vegetatiever.
Teelten zijn qua groei aardig in balans; het is ook nog niet extreem warm geweest. Etmalen zijn altijd nog goed te sturen met de gemiddeld wat lage buitentemperaturen. Wel zien we vanwege het continu veranderende weer, van nat naar een beetje minder nat, toch hier en daar wel wat problemen met Mycosphaerrella, botrytis en meeldauw. In wat oudere opstallen en zeker in het buitenland met foliekassen, zien we helaas ook al behoorlijk wat valse meeldauw.
TRADITIONELE TEELT
Wat betreft de nieuwe teelten voor de traditionele parapluteelt is de situatie net als in het vorige bericht: met deze nieuwe teelten moeten we tot aan de bloei lekker tempo maken. Zodra de eerste vruchten bloeien en zich ontwikkelen, kunnen we een voornachtverlaging instellen om selectiviteit op het vrucht te houden; vruchten bloeien na elkaar en niet tegelijk.
Afhankelijk van of je teelt op teeltgoten of op de grond kun je op het 5e blad de eerste vrucht laten zitten. Zeker bij een teelt op goten met vaak maar 12 tot 15 bladeren tot aan de gewasdraad, hebben we dit nodig om de rank te sturen. Bij teelten op de grond met 19 tot 21 bladeren tot de draad, is beginnen op het 6e blad ook geen probleem. De stambelasting mag zeker 12 tot 14 vruchten zijn. Als het weer een beetje tegenvalt, kunnen we altijd nog wat kleiner oogsten. Let er wel op dat er sommige rassen zijn die in aanvang heel sterk lijken, maar later de vorm krijgen van een kerstboom. Dit is zeker in het geval bij teelten op de grond en met een vrij hoge gewasdraad. Dan is de plant zwak en komen de ranken ook zwak en laat op, met als gevolg een groot gat tussen de stam en de eerste rank productie. Blijf dus altijd op kracht werken en stuur op de juiste licht-/temperatuurverhouding. Probeer altijd op groei te sturen. Bij te hoge etmalen en te hoge belasting, gaat de groei er makkelijk uit. Zeker als we wat warmere dagen krijgen, moeten we proberen deze te compenseren met koele nachten.
Er zijn verschillende manieren om op groei te werken: ga naar de dagtemperatuur bij zonsopkomst en niet voor zonsopgang. Een lagere temperatuur in de vroege ochtend = wat meer vocht = betere celstrekking = makkelijker groei. Ga ook op tijd naar de voornacht en stook niet door tot zonsondergang.
Lucht daarnaast niet te kort op de stooklijn, maar laat in de nacht en ochtend ongeveer 1,0°C tussen stook en luchten. In de middag mag dat vanaf een uur of 12 iets meer zijn. Probeer ook aan het einde van de dag de ramen wat te drukken waardoor het wat vochtiger wordt en de plant makkelijker verdampt en dus ook beter groeit.
Nog een optie is wat sneller het scherm sluiten op straling tot 75 tot 80%. Normaal gesproken is dit 700 tot 750 Watt, maar bij beperkte groei mag dit 600 tot 650 Watt zijn. Zeker bij nieuwe jonge teelten moet in de eerste dagen bij > 500 Watt het scherm dicht. Bouw dit uit tot >650 Watt in 10 dagen. In het geval van coating op het dak mag dit 50 tot 75 Watt meer zijn. Coating helpt sowieso de koptemperatuur te verlagen doordat dit het directe licht van de kop weg te nemen.
Pas op voor een hoog EC in de gift en drain. Een wat lager EC draagt ook bij aan wat betere groei. Ga echter niet te laag, want dat gaat ten koste van de kwaliteit en houdbaarheid.
Het nieuwe ras van Bayer, Gomax, geeft wat makkelijker een korte vrucht op de stam. Houd hier rekening mee met het snoeibeleid.
HOGEDRAADTEELT
In de hogedraadteelt gaat ook alles nog redelijk. Gewassen staan er nog goed op. Inmiddels is bijna overal het gewas gekopt. Houd er voor overplanten rekening mee dat je zeker 3,5 week nodig hebt tussen het uit het gewas nemen van de kop en de dag van planten. Je hebt 3 weken nodig om de laatste vruchten te oogsten en 1 tot 2 dagen om het gewas op te ruimen en klaar te maken voor de nieuwe teelt.
Blijf netjes om en om dunnen. Alleen de laatste 2 vruchten kun je achter elkaar laten zitten. In het verleden is men vaak te gretig geweest en is er niet goed gedund tot boven aan toe. Veelal komt er dan niks van terecht. Laat voor een goede sapstroom de laatste 3 scheutjes bovenin zitten en wacht tot de laatste vruchten goed gezet zijn. Daarna kun je 2 van de 3 scheuten weghalen. Als de nieuwe teelt geplant is, geldt dat je ook hier goed tempo moet maken tot eerste bloei en daarna wat selectief moet sturen.
De uitgroeiduur van bloei naar oogstbare vrucht (400 gram) is nog steeds ongeveer 12 tot 14 dagen, oftewel altijd nog 18.000 tot 20.000 Joules.
Het ras Paxtor doet aardig mee met de gangbare rassen. Op dit moment is Paxtor altijd nog iets korter geschakeld, wat een voordeel is qua arbeid omdat je dan minder hoeft te laten zakken. Qua bladafsplitsing is de hoeveelheid bladeren gelijk aan de andere rassen. Op 94 bladeren had Paxtor er 96, dus er is praktisch geen verschil.
Klimaat
De instellingen zijn nog altijd een beetje hetzelfde. Natuurlijk kun je met meer licht hogere etmalen realiseren, maar dat gaat vaak automatisch naarmate het buiten warmer en lichter is.
Temperaturen van 26 tot 28 °C in de middag hoeven zeker geen probleem te zijn, zeker niet als het vocht goed is. Probeer de grens op te zoeken van hoever je kunt gaan met het knijpen van de ramen op zowel de wind- als de luwkant, maar begin wel eerst met de windkant. Je zult zien dat de planttemperatuur en de ruimtetemperatuur zakken en het vochtgehalte in de kas beter wordt.
Bij nieuwe teelten is geen voornacht nodig tot de eerste bloei komt en de eerste vrucht begint te zwellen. Maak tempo in de eerste 2 weken, maar overdrijf niet.
Voorbeeld instelling:
| Tijd: | Verwarmingstemperatuur: | Ventilatietemperatuur: |
| Zon op | 20,0°C | 21,0°C |
| 12:00 uur | 21,0°C (+1,0°C op licht) | 22,5°C (+1,0°C op licht) |
| 18:00 uur | 19,0°C Bij 1e bloei naar 18,0 °C | 20,0°C |
| 00:00 uur | 19,0°C | 20,0°C |
Laat het etmaal altijd afhankelijk zijn van het licht. Dus bij weinig licht (0 tot 200 Joules) zitten we rond de 19,0 tot 19,2 °C etmaal en bij een lichte dag (2.000 Joules) mag het etmaal 21,5 tot 22,3 °C zijn, afhankelijk van een traditionele of hogedraadteelt. Bij een hogedraadteelt moeten we altijd op kracht en groei werken en zal dus het etmaal normaal gesproken altijd lager (0,5 tot 1,0 °C berekende etmaal) zijn dan bij een traditionele teelt. Maak de instelling zo dat de basis altijd normaal is (19,0 °C berekende etmaal) en maak invloeden op basis van licht.
Energie
De gasprijzen schommelen een beetje, maar blijven gemiddeld hoog. Probeer het gasverbruik zo efficiënt mogelijk te managen. Dus draai tijdens CO2-uren overdag de buffer vol en doe dit zo weinig mogelijk in de nacht, zeker in het geval van ketelstook. Bij WKK-gebruik ligt het iets gecompliceerder: de dure verkoopuren vallen veelal buiten de CO2-uren. In dat geval is het te overwegen zuivere CO2 te doseren. CO2-dosering is in deze maanden iets minder relevant omdat met de ramen open de waardes altijd op buitenniveau blijven. In het vroege voorjaar is doseren van CO2 belangrijker. Wel is er een lineaire toename van productie bij meer doseren. Alleen waar men spreekt over een productietoename van 25 tot 30% bij optimale dosering in het vroege voorjaar, geldt dit niet in de zomer. Waarschijnlijk kom je uit op 5 tot 15% in deze periode, gerekend tussen helemaal niks doseren en maximaal doseren. Dan is het een kwestie van rekenen.
Schermen en coatings(krijt)
Het beweegbare scherm is zeker nog een nodige tool voor het schermen tegen in- en uitstraling. Een komkommer blijft een schaduwgewas en de meeste coatings verminderen de inkomende straling met 50 tot75 Watt. Dus bij > 800 Watt straling kan/moet er zeker nog geschermd worden. Alles natuurlijk afhankelijk van de stand van het gewas.
In het geval van uitstraling: laat het scherm tot 80% dichtlopen wanneer de straling < 80 Watt komt in de vroege avond/voornacht.
Watergift
Deze is afhankelijk van het teeltmedium. Op steenwol start je 2 uur na zonsopkomst en stop je 2 tot 3 uur voor zonsondergang. Op perlite en kokos mag dit 1,5 uur na zonsopkomst zijn tot 1,5 tot 2 uur voor zonsondergang.
Laat de watergift afhangen van de teeltfase. Een vol producerend gewas heeft al snel 2,5 tot 3,0 ml/Joule nodig. Oftewel 25 tot 35 % drain. Een net geplant gewas heeft voldoende aan 0,5 tot 1,0 ml/Joule in de eerste week. Bouw dit in 4 weken op tot 2,5 tot 3,0 ml/Joule.
Probeer ongeveer 4 uur na zonsopkomst de eerste drain te realiseren. Dit is 1,5 tot 2 uur na de eerste beurt. Neem je een watermonster voor drainwateranalyse? Doe dit altijd rond lunchtijd. Dat geeft het beste beeld van de voeding.
Streef een EC van 3,0 tot 3,5 na in de mat en drain. Bij een te lage EC kun je iets sneller last hebben van Mycosphaerrella. Andersom geldt: een hoger EC remt de verdamping van de plant enigszins = generatiever = minder gevoelig. Groeikrachtige, vegetatieve rassen vragen een wat hoger EC dan generatieve rassen.
Probeer gutatie te voorkomen. Hierbij lekken er druppels lekken door de bladranden. Dit is het gevolg van worteldruk in combinatie met een te inactieve plant/kop. De plant drukt dan het water via de zwakste cellen in de plant naar buiten. Probeer in dat geval de watergift wat te beperken en de eerste druppelbeurt uit te stellen. Vaak komt gutatie ook voor tijdens een donkere dag/ochtend volgend op een mooie zonnige dag: de plant/wortel is nog heel actief van de voorgaande dag.
Probeer het gewas wat te activeren en zorg dat de plant voldoende kan verdampen. Een ander probleem kan namelijk zijn dat de bloemen op de vrucht ook lekken en nat worden. Hierdoor ontstaat een groter risico op het krijgen van Mycosphaerrella. Gutatie komt ook voor in de traditionele teelten met een slechte overgang van stam naar rankproductie. Als het gewas leegkomt, moet je de watergift iets reduceren.
CO2
Bij teelten die in productie zijn, moet de dosering op niveau zijn. Dat betekent dat je 1,5 uur na zonsopkomst tot 1,5 tot 2 uur voor zonsondergang CO2 moet doseren. Stel de waardes nu in op minimaal 400 tot 450 ppm en maak op straling een verhoging van 400 tot 450 ppm. Dan komen we uit op een maximum van 800 tot 850 ppm. Meer is niet nodig. Boven de 800 ppm vlakt de toegevoegde waarde enorm af en dit is ook bijna niet te realiseren, zeker nu met de ramen open niet.
Het doseren van CO2 wordt wel eens onderschat, maar draagt zeker bij aan een betere productie: op jaarbasis 20 tot 30%. Natuurlijk is met gesloten ramen het doseren belangrijk omdat in dat geval de kaswaardes onder de ruimtewaardes kunnen komen. Met de ramen open blijven we vaak op buitenniveau: 300 tot 350 ppm.
Als het droger wordt in de kas en VD > 9,0, sluiten de huidmondjes in de plant niet meer en neemt de plant dus minder CO2 op. De verdamping wordt dan minder. In deze situatie kunnen we beter de dosering verlagen. Bij een VD > 15 is de opname zo weinig dat doseren nauwelijks nog zin heeft. Maak een setting in de klimaatcomputer dat bij droge omstandigheden de dosering automatisch reduceert. In de praktijk betekent dit dat als je wat CO2 beschikbaar hebt, je dit het beste zoveel mogelijk in de ochtend kunt doseren als het vocht nog op een redelijk niveau is.
Problemen
Momenteel zien we toch wel wat meer problemen ontstaan zoals hierboven al benoemd is. Denk aan schimmels zoals Mycosphaerella, botrytis en meeldauw, maar ook witte vlieg, spint en trips.
Het is belangrijk ook wat extra aandacht te hebben voor de luis. Afgelopen jaar leek de luizendruk iets lager, maar momenteel zijn er weer al aardig wat gevallen bekend van het CABY-virus, veroorzaakt door de luis. Een besmette luis kan theoretisch na 24 uur al lang het virus overbrengen, dus de verspreiding kan heel snel gaan. Probeer zoveel mogelijk preventief te sturen. Meer en meer worden kassen afgegaasd. Dit kan ellende voorkomen, maar is nog altijd geen zekerheid en vraagt ook om een iets andere klimaatsturing vanwege verminderde ventilatie (-30%). Momenteel wordt er bij de plantenkweker al preventief actie ondernomen en ligt daar ook een zekere druk. Kijk of zij ook goed hun werk doen en maatregelen nemen om de luizendruk te verminderen.
Gelukkig zijn er vandaag de dag nog wel wat middelen voorhanden, al neemt het pakket wel wat af. Het is dan ook belangrijk een sterk en gezond gewas te houden, en adequaat te reageren door voldoende in te zetten en een bespuiting uit te voeren indien nodig. Vaak is een combinatie noodzakelijk.
Probeer problemen te voorkomen door regelmatig te scouten, maar zeker ook preventief in te zetten. Maak met je bio-adviseur een plan. Alleen al door er op tijd bij te zijn, kun je veel narigheid voorkomen.
Qua schimmels is het vooral belangrijk de vochtbalans op peil te houden. Vermijd een VD < 1,5 in de kas. Een half uurtje is geen probleem, maar het moeten geen uren worden.
Is er sprake van Mycosphaerella? Pas dan op met het snel openen van het scherm en luchten. Door kouval wordt de kop van de plant koud en minder actief. Door de worteldruk en watergift staat de plant te pompen en moet deze zijn water kwijt. Dit gaat altijd via de zwakste cellen in de plant; de bladranden en bloemen. Vaak zie je bij een actieve wortel en inactieve kop van de plant de zogenaamde guterende bladeren en bloemen. Dit kan leiden tot een Mycosphaerella-aantasting.
Dit guteren zie je, zoals je hierboven kon lezen, vaak ook op een donkere dag na een mooie lichte dag. De wortel/plant is dan nog zo actief dat het water via de zwakke cellen naar buiten komt. In zulke gevallen is het beter iets later te starten en iets minder te doseren.
Een hoger EC druppelen heeft ook invloed: het remt de verdamping waardoor de worteldruk iets afneemt. Zorg voor wat luchtcirculatie door onder in het gewas, bij een traditionele teelt, 3 bladeren weg te snijden. Voordeel hiervan is dat ook het waterschot (scheuten) weg is.
In deze periode ligt ook Pythium op de loer; warme matten en warm water helpen daar zeker niet bij. Als het oude gewas geruimd is en de kas ligt eventueel een aantal dagen leeg, dan is het raadzaam/nodig toch wat water te doseren om de mat wat koel te houden. Dat hoeft geen 30% drain te zijn, maar wel voldoende om ook het water dat in het systeem zit op gang te houden. Als de nieuwe wortels van de nieuwe planten 2 tot 3 dagen na planten in het medium gaan, dan is zeker goed om preventief een behandeling uitvoeren. Als op een gegeven moment de bladeren onder in het gewas voldoende schaduw geven op de goot en matten, zal de druk ook wat afnemen. Een behandeling aan het einde van de oude teelt gebeurt ook wel. Dan zit de bestrijding in de mat/medium.
In de zomerteelt hebben we ook wat sneller last van een brandkop. Een brandkop is een kop die ontstaat doordat de kop van de plant te droog is, niet verdampt, geen water meer naar boven trekt, te warm wordt, verzout en uiteindelijk verbrandt. Dit gebeurt veelal tijdens warm en zonnig weer. In deze periode is het belangrijk om bij veel instraling een EC-verlaging toe te passen en genoeg water te geven. Ook is het belangrijk hier op tijd het scherm dicht te trekken om directe instraling op de kop tegen te gaan. Het druppelen van EC 2,3 tot 2,5 bij warme/droge omstandigheden is goed mogelijk en aan te raden. Let er echter wel op dat er voldoende voeding in de plant komt. Het ontstaan van brandkoppen is ook wel wat rasafhankelijk: generatieve rassen zullen dit eerder hebben dan vegetatieve rassen.
Het kan dan wel bijna komkommertijd zijn, we moeten echter wel een vinger aan de pols houden om deze teelt de zomer door te loodsen.
Ken jij onze nieuwste introductie Gomax* al?
Met Gomax* lanceert De Ruiter een no-nonsens ras voor de traditionele teelt. Dit ras heeft een hoog productiepotentieel, een goede intermediaire resistentie (IR) tegen meeldauw én een solide en bewezen resistentie tegen CGMMV.
Met Gomax* ga je voor productie, zekerheid en een goede start! Meer weten?
Teelttips tomaat en komkommer
Wilt u onze teelttips ook rechtstreeks in uw mailbox ontvangen? Meld u dan meteen aan!