Teelttip komkommer | week 34 - 2023

De komkommertijd loopt op z’n eind. Vakanties zijn afgelopen en we gaan weer terug in het gareel. Dezelfde trend is in de verkoop te zien; eerst een piek in de prijs en nu nivelleert het wat. Hopelijk blijven de prijzen een beetje stabiel. Hoe het de komkommer zelf vergaat? U leest het in deze teelttip.

Weer
Het is behoorlijk wisselvallig geweest de laatste weken; mooie dagen en dagen met veel neerslag wisselden elkaar af. Dit heeft zeker invloed op de conditie van de gewassen en daarbij behorende producties.

Teelten
Alle gewassen zijn inmiddels geplant. Normaal gesproken is de 2e week van augustus de uiterste periode voor een laatste komkommerteelt. Daarna levert het te weinig productie op.

Hogedraad:
De tweede teelt is begin juli geplant en is nu een paar weken in productie. Het afnemende licht en de kortere dagen hebben nu al invloed op de ontwikkeling van het gewas. Voor een goede balans is een bloeihoogte nodig van 7 tot 8 bladeren van de kop en ongeveer 6 tot 8 vruchten belasting vanaf de  eerste te oogsten vrucht, berekend tot aan eerste bloei in de kop. Om niet al te vegetatief te worden is de stengeldichtheid bepalend, maar ook het aantal bladeren/m²; LAI. In het voorjaar en najaar is een LAI van ongeveer 2,5 gewenst. Dat zijn ongeveer 40 tot 45 bladeren/m². Een te hoge LAI geeft een te vegetatieve groei en te weinig licht (= snelheid) op het vrucht. Dit wordt nog eens extra gestimuleerd met donkere, warme dagen. Zorg dus voor een relatief open gewas. Met afnemend licht zal ook de productie iets minder worden. Pas daarom het snoeibeleid aan op het aantal te dunnen vruchten. Met de huidige temperaturen kunnen lage instellingen nog steeds gehanteerd worden. Maar let op: als het weer omslaat, moeten de instellingen aangepast worden.

Traditionele teelt:
Ook de traditionele plantingen zijn geplant. Hoe later de planting, hoe voorzichter we om moeten gaan met de stambelasting. De rassen zijn behoorlijk gevoelig voor een te hoge belasting, met stagnatie van scheutgroei als gevolg. Dit geeft soms een gat van een week of zelfs langer tussen de oogst van de laatste stamkomkommers en eerste rankkomkommers.

Om de overgang wat makkelijker te laten verlopen, worden vaak de 3e en 4e scheut bij de gewasdraad aangehouden in plaats van de bovenste 2 scheuten. Dit zorgt voor een betere overgang. In de 3e teelt is een belasting, afhankelijk van het weer en kas, van 10 tot 14 komkommers ruim voldoende.

Klimaat en snoeibeleid
In deze periode is het warm en vochtig met afnemend licht. Dit zorgt vaak voor een te hoog etmaal in relatie tot de hoeveelheid licht. In Nederland zijn de nachten nog wel koel, waardoor we het etmaal aardig kunnen drukken. In de wat zuidelijke landen liggen de temperaturen een stuk hoger, zo'n 30 graden overdag en 22 graden in de nacht. Het etmaal wordt met 24 graden dan al snel te hoog. Voor 1 of 2 dagen is een hoog etmaal geen probleem, zeker niet voor een jonge teelt. Maar langdurig te warm = etmaal > 23 graden, vertaalt zich in dunnere koppen, slechtere wortels en meer vruchtabortie. Een optimaal vochtniveau in de kas helpt enigszins, maar het blijft stressvol voor de plant. Door middel van luchtbevochtiging en het drukken van de ramen in de (na)middag wordt de plant iets geholpen.

Energie
De gasprijzen stabiliseren een beetje. Hoe het zich verder ontwikkeld, is onbekend. De energie in de kas valt tot nu toe mee omdat het niet echt koud is. Een aandachtspuntje is het minimum buisgebruik, zeker in deze periode met vochtiger buitenomstandigheden. Een veelgemaakte ‘fout’ is het verhogen van de minimumbuis op basis van vocht. Een hogere buis geeft een hogere verdamping waardoor de plant meer vocht produceert, en dus het vocht een probleem blijft. Probeer het probleem eerst op te lossen met luchten. Het luchten op Absoluut Vocht geeft een nog stabieler vochtklimaat.

Teelttip Merlice, Marinice en Grandice
Elke maand delen wij tips voor de teelt van Merlice, Marinice en Grandice. Wilt u die rechtstreeks in uw mailbox ontvangen? Meld u dan meteen aan!

Schermen
In principe is schermen op buitentemperatuur op dit moment niet nodig. Pas bij het schermgebruik  in verband met het nieuwe telen wel op dat de kastemperatuur niet te hoog wordt. Sluit dus in eerste instantie tot maximaal 80% en de laatste 20% op temperatuur. Het gaat goed als de ingestelde temperatuur gehaald wordt en het vocht in orde is. Een (te warm) komkommergewas onder een gesloten scherm slijt erg snel bij verkeerd gebruik.

Op straling moet er nog wel geschermd worden. Een ook wanneer de stam bijna leeg geoogst is in het geval van een traditionele teelt en er nog 2 tot 4 stammers bovenin zitten. Deze vruchten groeien zo snel dat ze het water/voeding kunnen weghouden van de eerste vruchten op de nieuwe rank, met aborteren als gevolg. Probeer de verdamping, en dus het watertransport, in de plant op peil te houden door het scherm tijdelijk (tot de stam leeg is) 70 tot 80% te sluiten > 550 Watt. Als er een krijt of coating op het dak ligt, tel er dan 50 Watt bij.

Nu is het moment aangebroken dat het krijt/coating overal verwijderd wordt. Door de lagere instraling moet dit ook, anders gaat de coating in de weg zitten en werkt het negatief.

Watergift
De strategie blijft hetzelfde: start afhankelijk van het teeltmedium 1,5 tot 2 uur na zon op en stop 1,5 tot 2,5 uur voor zon onder op steenwol. Op perliet en kokos mag dit 1,5 uur na zon op zijn tot 1,5 tot 2 uur voor zon onder. Bij erg warme omstandigheden en droog substraat is een aanvullende avondbeurt nog een optie. Probeer na 23:00 uur geen water meer te geven.

Laat de watergift afhangen van de teeltfase. Een vol producerend gewas heeft al snel 2,5 tot 3,0 ml/Joule nodig. Oftewel 25 tot 35% drain. Een net geplant gewas 0,5 tot 1,0 ml/Joule. Bouw de gift op naarmate de teelt vordert:

Periode:ml/Joule
1e week0,7 – 1,0
2e week1,0 – 1,5
3e week1,5 – 2,0
4e week2,0 – 2,5
5e week2,5 – 3,0

Probeer in 3 tot 5 grotere beurten in de morgen op niveau te zijn en ga daarna door op de dag met kleinere beurten. Probeer ongeveer 4 uur na zon op de eerste drain te realiseren. Dit is 1,5 tot 2 uur na de eerste beurt. Met erg warm weer en dus warmte in de kas, is 35 tot 40% drain ook goed. Zorg dat de plant voldoende water krijgt. Bij een gesloten systeem moet het drainwater weer hergebruikt worden. Te veel drainwater terug in de gift geeft een onbalans in de aangeboden elementen. Speel hierop in door regelmatig een analyse te maken van gift en drainwater.

Streef een EC van 3,0 tot 3,5 na in de mat en drain. Bij erg warm weer en veel verdamping is een gift  EC 2,3 geen enkel probleem.

Een iets hoger EC remt de verdamping waardoor de plant minder gevoelig is voor mycos.

Start een nieuwe teelt met een calciumschema, om daarna langzaam naar meer kali te sturen vanaf de groei van de eerste vrucht. Het is niet nodig om in het begin veel kali te geven. Als er wat meer water gegeven wordt, neemt ook het drainvolume toe. Dit water wordt hergebruikt, het is belangrijk dat de balans in de diverse meststoffen regelmatig gemonitord wordt.

In nieuwe teelten ligt pythium op de loer. Wees voorzichtig met te veel, te weinig, te warm of te koud water. Druppel tijdig iets mee, zelfs als er nog geen pythium te zien is. Er zijn tegenwoordig genoeg toegestane middelen op de markt. Aangieten bij het zien van een aantasting werkt ook goed.

CO2
Ga hier zuinig mee om. Een nieuwe, jonge teelt heeft minder CO2 nodig. Doseer alleen in de ochtend wanneer de vochtbalans nog redelijk is. Bij een laag vochtgehalte neemt de stress in de plant toe, sluiten de huidmondjes, neemt de verdamping af en is de CO2-opname minimaal.

Bij VD >9,0 is de verdamping al lastig, maar bij VD >12 heeft doseren waarschijnlijk geen meer.

Problemen
Aantasting van spint, luis en trips is niet vreemd, maar het lijkt overal aardig onder controle. Wellicht heeft het vochtiger klimaat een positief effect op de biologie. Een roofwants houdt van warmte, maar niet van een droog klimaat.

Door de regen van de afgelopen periode is valse meeldauw makkelijker te zien. Er zijn goede middelen beschikbaar om dit de kop in te drukken, maar wees er op tijd bij.

Zoals altijd in deze maanden zijn er wat sneller problemen met botrytris en mycosphaerrella. Vaak ook onder op de stam. Dit kan een gevolg zijn van worteldruk en daardoor (koud) water in de morgen. Als de kop van de plant nog niet actief is, blijft het water onderin staan en condenseert de stengel aan de buitenkant. Hierdoor ontstaat al snel botrytis. Voorkom dit door te allen tijde een actief klimaat na te streven of de watergiftstrategie aan te passen. Spuit bij constatering van botrytis een rondje onderdoor en herhaal dit indien nodig. Een vitaal gewas geeft veel vreugde naar het eind. Uitval in de herfst heeft meestal met botrytis te maken.

Als er een chemische correctie plaatsvindt, is het belangrijk het juiste moment te kiezen. Spuit nooit als er te veel straling is. Bij de meeste middelen geldt; hoe langer het gewas nat is, hoe beter de werking. Stop met spuiten wanneer de straling > 130 watt is. De pH van het spuitwater is ook  belangrijk. De meeste middelen geven het beste effect bij een vloeistof pH van 5,5 tot 6,0. Als de pH te hoog is, gaat de werking sterk achteruit.

Meer weten? Neem gerust contact op met één van onze accountmanagers.

Deze teelttip gaat uit van verwarmde glastuinbouw op substraat beplanting onder continentale klimaatomstandigheden in Noordwest-Europa

Informatie die door Bayer Group of haar medewerkers wordt gegeven, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, gebeurt in goed vertrouwen, maar dient niet beschouwd te worden als een garantie van Bayer Group met betrekking tot prestaties en geschiktheid van haar rassen. Resultaten kunnen variëren onder invloed van klimatologische of andere omstandigheden. Bayer Group aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid met betrekking tot de geleverde informatie.

This browser is no longer supported. Please switch to a supported browser: Chrome, Edge, Firefox, Safari.