Teelttip komkommer | week 19 - 2023

Een groeizamer klimaat

De temperatuur neemt toe en het gras groeit sneller. Ook in de kas zorgt het voor een groeizamer klimaat. Waar producties iets achterbleven door het donkere weer, komt het nu los. En zo laat de maand mei wel meer veranderingen in de gewassen zien. U leest er alles over in de teelttip van deze week.

Weer en marktsituatie
De temperatuurstijging zorgt voor een overschot aan product op Europees niveau en de daarbij behorende prijzen. In Engeland zitten de handelshuizen vol, maar ook verder naar het zuiden en oosten is er ruim voldoende product. Met een prijsdrukkende werking tot gevolg.

Een klein lichtpuntje is dat de teelten in Spanje op hun einde lopen. Door de warmte slijten de teelten daar sneller. In Nederland en de rest van Europa zijn de teeltwisselingen inmiddels in volle gang, wat ruimte in de markt kan opleveren. Normaal gesproken is het Europese areaal van eind april tot begin september niet meer voor 100% in productie, in maart en april nog wel.

Vanwege de slechte prijsvorming liggen er veel oude en slechte komkommers in het schap. Dat komt met name omdat het product te lang aan de plant heeft gehangen. En omdat er meer mee wordt geschoven.

Teelten
De gewassen staan er redelijk tot goed bij. Vanwege het mindere licht en de lagere buitentemperaturen hebben de gewassen minder geleden en is er minder gelucht. Dat heeft een positieve invloed op de ziektedruk; meeldauw is rustig, mycosphaerella is makkelijk onder de knie te houden en de insectendruk valt mee.

Hogedraad
Het voordeel van een hogedraadteelt wordt rond deze tijd pas zichtbaar. Door in het begin veel te  investeren, is overplanten nu niet meer nodig en zijn er minimaal 3 stengels/m2 te zien. Laat de stengeldichtheid altijd afhangen van het kastype en het gewenste vruchtgewicht. In een  oudere of donkere kas kan er al snel sprake zijn van te hoge dichtheid. Tenzij de klant kleine komkommers van 350 gram of kleiner wenst, is een hogere plantdichtheid juist nodig. Zo is in Denemarken 280 gram toegestaan. Hoe hoger de plantdichtheid, hoe kleiner de vruchten. Ook kun je met de plantdichtheid generatief en vegetatief sturen, met name in landklimaten werkt dat goed. Als er geen vernevelingsinstallatie aanwezig is, houdt het (goed) groeiende gewas de kas koel en vochtig.

Traditionele teelt
De vroegere planters hebben inmiddels over- of tussengeplant. Deze teelten lopen voorspoedig. De eerste teelt heeft dan misschien niet de gewenste productie gebracht, qua prijs was het helemaal niet slecht.

Teelttip Merlice, Marinice en Grandice
Elke maand delen wij tips voor de teelt van Merlice, Marinice en Grandice. Wilt u die rechtstreeks in uw mailbox ontvangen? Meld u dan meteen aan!

Klimaat en snoeibeleid
De koude nachten zorgen ervoor dat de etmalen redelijk controleerbaar zijn. Afhankelijk van het ras, mag op een nieuwe teelt wat tempo gemaakt worden. Tot aan de eerste bloei is geen voornacht nodig. Pas als het eerste vruchtje een beetje gaat groeien, kan de voornacht verlaagd worden. Dit is  goed te zien aan de balans in de kop. Als de plant makkelijk dubbele vruchten geeft, betekent het dat er nog kracht genoeg in zit. Ga indien nodig op tijd terug in temperatuur. Er zijn rassen die ogenschijnlijk sterk zijn, maar bij een te hoge belasting en temperatuur op een kerstboom gaan lijken. Bij traditionele teelt op goten is de afstand tot de gewasdraad vaak maar een blad of 12 tot 14, terwijl teelten die op de grond staan vaak 19 tot 22 bladeren tot de draad maken. Dus hoe verder de scheuten van de wortel zitten en hoe meer stamkomkommers er aangehouden worden, hoe moeilijker en trager de rank komt. Er kan dan een gat van soms wel een week of meer tussen de laatste stam en eerste rankproductie zitten. Houd dus rekening met de stambelasting.

Zowel voor de hogedraad- als traditionele teelt moet gestuurd worden op vruchtselectiviteit. Dit betekent dat de vruchten netjes in volgorde bloeien en niet allemaal tegelijk. Dat kan door de temperaturen wat uit elkaar te trekken, dus warm in de middag en wat koeler in de voornacht. Een vlak gestookt gewas is altijd minder selectief.

Probeer te sturen op LAI (Leaf Area Index), zoals in de vorige teelttip is aangegeven. Richting de zomer gaat het langzaamaan naar een LAI van 2,5 tot 3,0. Als de gewassen wat ouder worden, wordt het blad wat kleiner. Om de juiste LAI na te streven, kan er wat meer blad aan de plant blijven.

Energie
Ondanks de lagere gasprijzen is het nog steeds raadzaam om zuinig om te gaan met actieve buizen. Een gewas activeren hoeft niet altijd met een minimumbuis. Bij een VD >2,0 tot 3,0 is het gewas al actief. Zolang het vocht niet te hoog wordt is er veel mogelijk.

Gebruik nog steeds deze volgorde om te ontvochtigen:
1. Luchten boven het gesloten scherm (ook ruim op de windkant).
2. Vocht nog steeds te hoog? Dan een kiertje trekken in het scherm.
3. De minimumbuis verhogen.

Schermen
Zolang de buitentemperatuur in de nacht onder de 10 tot 12 graden komt, kan het energiescherm voor langere tijd gesloten worden. Onder voorwaarde dat de kastemperatuur onder het gesloten doek niet te hoog wordt en het vochtgehalte stabiel blijft. In de ochtend mag het scherm open op 150 Watt instraling of 7 tot 8 graden∞ buitentemperatuur. Bij een lagere buitentemperatuur is het nodig een correctie te maken op de stralingsopening.

Een meetbox boven het scherm werkt erg goed. Zodra de temperatuur op niveau is, kan het scherm worden geopend. Door niet te snel openen kan koudeval op de kop worden voorkomen. Een koude kop is minder actief waardoor het microklimaat in de kop erg vochtig wordt. Doordat de wortel al actief is, neemt de worteldruk toe en gaat de plant gutteren via de bladranden en bloemen. Hier zitten namelijk de zwakste cellen van de plant. Mycosinfecties liggen nu op de loer.

Meimaand is krijtmaand. Soms al in april, maar zeker in mei worden veel kassen voorzien van een krijt of coating. Dit betekent niet dat er niet meer geschermd hoeft te worden. Bij de meeste coatings kunnen we het sluiten van het doek op straling iets verhogen, naar 50 tot 70 Watt. De kop is nu wat koeler en met een diffuse coating de verdeling van het licht beter, wat het werken in de kas een stukje aangenamer maakt.

Watergift
De strategie blijft hetzelfde: start afhankelijk van het teeltmedium 1,5 tot 2 uur na zon op en stop 1,5 tot 2,5 uur voor zon onder op steenwol. Op perliet en kokos kan 1,5 uur na zon op tot 1,5 tot 2 uur voor zon onder aangehouden worden.

De watergift hangt af van de teeltfase. Een vol producerend gewas heeft al snel 2,5 tot 3,0 ml/Joule nodig, oftewel 25 tot 35% drain en een net geplant gewas 0,5 tot 1,0 ml/Joule. Probeer in 3 tot 5 grotere beurten in de ochtend op niveau te zijn en ga daarna door op de dag met kleinere beurten. Het advies is om ongeveer 4 uur na zon op de eerste drain te realiseren. Dit is 1,5 tot 2 uur na de eerste beurt. Houd het drainpercentage te allen tijde goed in de gaten want de afgifte is nergens gelijk. Bij een laag drainpercentage kunnen planten dus te weinig water krijgen. Het drainpercentage is altijd het gemiddelde van een kas of afdeling.

Streef een EC van 3,0 tot 3,5 na in de mat en drain.

Bij een nieuwe teelt hoort een calciumschema, om daarna langzaam naar meer kali te sturen vanaf de groei van de eerste vrucht. Het is niet nodig om in het begin onnodig veel kali te geven. Als er meer water gegeven wordt, neemt ook het drainvolume toe. Omdat dit water wordt hergebruikt, is het belangrijk om regelmatig te monitoren hoe de balans in de diverse meststoffen is.

Chelaten worden makkelijk afgebroken in de UV-ontsmetter. Zorg dus voor voldoende aanbod van ijzer in de gift. Bij een ijzergebrek, zeker in combinatie met hoge belasting, kan de plant wat geel verkleuren. Mangaan lift met ijzer mee de plant in. Een gebrek aan ijzer is dus vaak ook een gebrek aan mangaan. Maar kijk ook naar de zuurtegraad, pH van het water. Bij een hoge pH is de opname van ijzer moeilijk. Kies daarom voor de 6% ijzer in plaats van de goedkopere 3%. De 6% is makkelijker opneembaar met een wat hogere pH, terwijl de 3% makkelijk neerslaat in de mat waardoor het natriumcijfer ver op kan lopen.

De voordelen van CO2
Als het buiten warmer wordt, neemt de warmtevraag in de kas af en daarmee de draaiuren van de ketel of WKK. Tegelijkertijd worden de dagen langer en ventileren we meer waardoor de CO2 de kas uitvliegt. Kies de juiste momenten om CO2 te doseren en de WKK aan te bieden. Het beste is om in de ochtend en aan het eind van de dag te doseren, tijdens de duurste stroomuren. In de ochtend zijn de ramen meestal nog gesloten en aan het eind van de dag sluiten ze weer. Daardoor wordt de CO2 optimaal benut.

Met alleen een ketel is het mogelijk om de hele dag een beetje door te flodderen op lage temperaturen. Een Ocap-aansluiting is in dit geval ideaal, ook bij het gebruik van zuivere CO2. Ga hier wel zuinig mee om want ook dit wordt steeds duurder. Zodra het VD hoger wordt gedurende de dag, sluit de plant de huidmondjes, neemt de opname van CO2 af en wordt de verdamping minder. Verlaag in dat geval de dosering. Dit is eenvoudig in te stellen in de klimaatcomputer. Bij VD >9,0 is de verdamping al lastig, maar bij VD >12 is het de vraag of doseren nog zin heeft. Gelukkig krijgen de bomen weer blad en stijgt de CO2 in de buitenlucht. Met de ramen open zijn de buitenwaarden al snel op pijl. Het wordt pas een probleem als de CO2-waarden in de kas onder de buitenwaarden komen. Dan treedt er dissimilatie op en gaan de groei en productie achteruit.

Problemen
Tot nu toe zijn er minder problemen met schimmels dan voorgaande jaren. Maar blijf goed monitoren en doe desnoods een preventieve behandeling met een van de toegelaten biologische middelen. Het bontvirus lijkt ook wat rustiger, wat goed te verklaren is. Een gewas dat door belasting wat sneller uitgeput is en dus sneller vatbaar voor virus is, heeft het tot nu toe iets makkelijker gehad. Indien er nog niet gezaaid is, is het het overwegen waard om het potentieel van meeldauw- en bontresistente rassen goed te bekijken. De Ruiter biedt daarvoor Garpo voor de hogedraad- en Gideon voor de traditionele teelt aan.

De laatste jaren is er veel CABY virus, het luizenvirus, maar ook dat is tot nu toe rustig. Preventief inzetten van onder andere Colemani heeft hier een positief effect op. Minder luchten en het koude, natte weer hebben uiteraard ook effect op de populatie. Maar met een goede scouting, een goed plan en op tijd verversen van de biologische bestrijders zijn goede resultaten te behalen. Ook hier is voorkomen beter dan genezen!

Meer weten? Neem gerust contact op met één van onze accountmanagers.

Deze teelttip gaat uit van verwarmde glastuinbouw op substraat beplanting onder continentale klimaatomstandigheden in Noordwest-Europa

Informatie die door Bayer Group of haar medewerkers wordt gegeven, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, gebeurt in goed vertrouwen, maar dient niet beschouwd te worden als een garantie van Bayer Group met betrekking tot prestaties en geschiktheid van haar rassen. Resultaten kunnen variëren onder invloed van klimatologische of andere omstandigheden. Bayer Group aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid met betrekking tot de geleverde informatie.

This browser is no longer supported. Please switch to a supported browser: Chrome, Edge, Firefox, Safari.