Veroorzaker
Cucurbit aphid-borne yellows virus (CABYV), vaak kort aangeduid als CABY-virus of CABYV, is een virus dat vooral komkommerachtigen aantast. Denk aan komkommer, meloen, courgette, pompoen en andere Cucurbitaceae. In de praktijk is CABYV vooral belangrijk als komkommerziekte in teelten waar bladluizen aanwezig zijn of gemakkelijk de kas kunnen binnendringen. CABYV is geen nieuw virus, maar kan onder gunstige omstandigheden opnieuw sterk opduiken. Vroege aantasting kan de opbrengst aanzienlijk verminderen. Daarom is het belangrijk om bladluizen en verdachte symptomen tijdig te monitoren..
Vectoren
CABYV wordt overgedragen door diverse bladluissoorten. De katoenluis (Aphis gossypii) is de belangrijkste vector. Het virus wordt persistent overgedragen. Dat betekent dat een bladluis het virus opneemt tijdens het voeden aan het floëem van een besmette plant. Daarna kan het het virus gedurende de rest van haar leven doorgeven aan gezonde planten.Hierdoor kan CABYV zich in een kas of teeltgebied snel verspreiden wanneer bladluizen niet tijdig worden opgemerkt en beheerst.
De nakomelingen van een virusdragende bladluis worden virusvrij geboren.
Verspreiding
CABYV komt wereldwijd voor en wordt overgedragen door bladluizen. Een besmetting ontstaat wanneer een virusdragende bladluis een gezonde plant aanprikt. In een kas kan het virus zich vervolgens verder verspreiden als bladluizen zich binnen het gewas verplaatsen.
Belangrijke verspreidingsroutes zijn:
- Invlieg van virusdragende bladluizen van buitenaf.
- Verspreiding van bladluizen binnen de kas.
- Aanwezigheid van besmette waardplanten of onkruiden. (Waardplanten zijn planten waarop het virus kan overleven en van waaruit bladluizen het virus verder kunnen verspreiden.)
- Onvoldoende insectwering of openingen in schermen, deuren en luchtramen.
- Te late signalering van de eerste CABYV symptomen.
Komkommerachtigen zijn de belangrijkste waardplanten voor CABYV. Daarnaast kunnen ook andere gewassen, zoals voederbiet en sla, en diverse onkruiden als reservoir dienen. Onkruidbeheer in en rondom de kas is daarom een belangrijk onderdeel van CABYV preventie.
Symptomen
De eerste CABYV symptomen verschijnen meestal op de onderste bladeren. In het begin zijn chlorotische, gelige vlekken zichtbaar. Later ontwikkelt dit zich tot chlorose tussen de nerven, waarbij de middennerf en de primaire nerven groen blijven.
Typische symptomen van CABYV in komkommer en andere komkommerachtigen zijn:
- Gele of chlorotische vlekken op oudere bladeren.
- Geelverkleuring tussen de nerven.
- Groene hoofdnerf en primaire nerven blijven zichtbaar.
- Bladeren worden, dikker en broos.
- Groeiremming van de plant.
- Afstoten van vruchten met lagere productie als gevolg.
De vruchten vertonen meestal geen duidelijke, directe symptomen. De schade ontstaat vooral doordat aangetaste planten minder groeikrachtig zijn, meer geaborteerde vruchten hebben en daardoor minder opbrengst kunnen geven.
Pumpkin leaves infected with Cucurbit aphid-borne yellows virus. (Courtesy of Bryce Falk)
CABYV of magnesiumgebrek?
De symptomen van CABYV kunnen lijken op die van magnesiumgebrek, andere vergelingsziekten of veroudering van het blad. Dat komt doordat de symptomen sterk op elkaar kunnen lijken: geelverkleuring tussen de nerven envooral op oudere bladeren.
Een belangrijk aandachtspunt:
- Bij magnesiumgebrek is de oorzaak voedingskundig en vaak gerelateerd aan opname, bemesting, pH, wortelactiviteit of plantbelasting. Een magnesiumgebrek zie je vaak uniformer over de teelt heen.
- Bij CABYV is de oorzaak viraal en speelt bladluisoverdracht een centrale rol.
Omdat specifieke detectiemethoden eerder nog niet beschikbaar waren, werden CABYV-symptomen in het verleden ook vaak toegeschreven aan voedingstekorten, bladveroudering of andere vergelingsziekten. Voorbeelden zijn Beet psuedo-yellow virus, Cucumber yellows virus en Cucurbit yellow stunting disorder virus, ook bekend als komkommervergelingsvirus. Deze ziekten kunnen vergelijkbare vergeling en chlorose veroorzaken, waardoor visuele diagnose lastig is. Ondertussen zijn analyses wel beschikbaar die kunnen helpen bij twijfel.
Voorwaarden voor ziekteontwikkeling
CABYV ontwikkelt zich vooral wanneer waardplanten, bladluizen en gunstige verspreidingsomstandigheden samenkomen.
Belangrijke risicofactoren zijn:
- Toenemende bladluisdruk in of rondom de kas.
- Aanwezigheid van besmette planten of onkruidreservoirs.
- Onvoldoende insectengaas of slecht sluitende deuren.
- Open kasstructuur met veel invliegmogelijkheden.
- Onvoldoende monitoring op de eerste bladluizen.
- Late herkenning van vergelingssymptomen.
- Te weinig onderscheid tussen CABYV en voedingstekorten.
Omdat het virus bladluizen wordt overgedragen, kan verspreiding al plaatsvinden voordat de eerste symptomen duidelijk zichtbaar zijn. Vroegtijdige monitoring is daarom cruciaal.
Diagnose en monitoring
Een goede aanpak van CABYV begint met regelmatige controle van zowel bladluizen als plantsymptomen.
Praktische monitoring:
- Train personeel op het herkennen van luizen en de symptomen van de virusinfectie.
- Gebruik vangplaten en gewasinspecties om bladluisdruk vroeg te signaleren.
- Controleer wekelijks op bladluizen, vooral in koppen, jong blad, kasranden en plekken met afwijkende groei.
- Let op beginnende vergeling op onderste bladeren.
- Vergelijk verdachte planten met gezonde planten in hetzelfde teeltvak.
- Registreer locatie, ras, plantdatum, klimaatomstandigheden en aanwezigheid van bladluizen.
- Neem verdachte planten (tijdelijk) weg om de mogelijke infectiebron weg te nemen.
- Laat verdachte planten testen wanneer symptomen niet duidelijk te verklaren zijn door voeding, klimaat of ouderdom.
Bij verdenking is het verstandig om snel te handelen: markeer verdachte planten en verwijder indien nodig, beperk verspreiding van bladluizen en overleg met uw teeltadviseur over diagnostiek en vervolgmaatregelen.
Meer weten over herkenning en preventie? In de De Ruiter Komkommervlog over CABYV bespreekt Jari Van Dam de actuele situatie rondom het CABY-virus. In de vlog wordt onder andere uitgelegd hoe CABYV zich verspreidt, welke rol bladluizen spelen, hoe u symptomen herkent en onderscheidt van magnesiumgebrek, waarom vroegtijdig monitoren belangrijk is en welke preventieve maatregelen in de kas helpen.
Bestrijding en preventie
Doel: bladluisoverdracht voorkomen, insleep beperken en verdere verspreiding van het CABY-virus in de kas tegengaan. Een effectieve CABYV bestrijding bestaat uit een combinatie van monitoring, insectwering, bladluisbeheersing, hygiëne en onkruidbeheer.
1. Bladluispreventie als basis
Omdat CABYV door bladluizen wordt overgedragen, ligt de basis van de aanpak bij het voorkomen en beheersen van bladluizen.
Belangrijke maatregelen:
- Start schoon met gezond plantmateriaal.
- Controleer jonge planten direct bij binnenkomst.
- Houd deuren, luchtramen en andere openingen zo goed mogelijk insectdicht.
- Gebruik insectengaas waar passend binnen het teeltsysteem.
- Monitor structureel op bladluisdruk.
- Reageer direct op de eerste bladluizen.
In beschermde teelten kan insectwering met fijnmazige schermen helpen. In de input wordt verwezen naar schermen als maatregel die enige bestrijding kan bieden.
2. Geïntegreerde bladluisbeheersing
Een goed bladluisprogramma combineert preventieve en correctieve maatregelen.
Denk aan:
- Inzet van natuurlijke vijanden waar mogelijk.
- Regelmatige controle op effectiviteit van biologische bestrijders.
- Correct gebruik van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen wanneer nodig.
- Afwisseling van werkingsmechanismen om resistentie bij bladluizen te voorkomen.
- Toepassing volgens etiket, met aandacht voor wachttijden, nuttigen en residu-eisen.
Een insecticideprogramma kan helpen om bladluisvectoren te beheersen, maar moet altijd worden ingebed in een bredere IPM-aanpak. Combineer dit altijd met monitoring, insectwering en het beperken van reservoirplanten.
3. Onkruid en reservoirplanten verwijderen
Onkruiden kunnen dienen als reservoir voor CABYV en bladluizen. Daarom is onkruidbeheer een essentieel onderdeel van CABYV preventie.
Aanpak:
- Houd de kas en kasranden vrij van onkruid.
- Controleer goten, paden, gevels en zones rondom de kas.
- Verwijder waardplanten die bladluizen aantrekken.
- Voer plantmateriaal veilig af.
- Houd ook de omgeving van de kas schoon, zeker in perioden met hoge bladluisdruk.
4. Kasorganisatie en hygiëne
Hoewel CABYV primair door bladluizen wordt verspreid, blijft kasorganisatie belangrijk. Een goed georganiseerd bedrijf merkt problemen sneller op en voorkomt dat bladluishaarden uitgroeien tot een teeltbreed probleem.
Praktische maatregelen:
- Werk met vaste scoutmomenten en duidelijke meldroutes.
- Markeer verdachte planten of plekken.
- Registreer bladluiswaarnemingen en vergelingssymptomen.
- Beperk onnodig verkeer in aangetaste zones.
- Zorg dat medewerkers CABY-virus symptomen herkennen.
- Leg correctieve en preventieve acties vast en volg deze op.
Rassenkeuze en weerbaarheid
Rassenkeuze kan helpen om risico’s te beperken, maar moet altijd worden gecombineerd met bladluisbeheersing en monitoring. Bij meloen kunnen rassen met bladluisresistentie doorgaans zorgen voor een duidelijke vertraging van CABYV-infectie. Dat komt doordat de vector minder succesvol is, waardoor virusoverdracht wordt vertraagd.
Voor komkommer blijft het belangrijk om per ras en segment te kijken naar:
- Gevoeligheid voor vergeling.
- Gewasvitaliteit onder stress.
- Productieherstel na aantasting.
- Praktijkervaring in perioden met hoge bladluisdruk.
- Beschikbare resistentie-informatie vanuit de leverancier.
Resistentie of weerbaarheid is nooit een vervanging voor preventie. De beste aanpak blijft: raskeuze, bladluisbeheersing, insectwering en vroege monitoring combineren.
CABYV kas-oplossingen
Een praktische aanpak in de kas bestaat uit techniek, organisatie en teeltmaatregelen.
1. Fysieke maatregelen
- Insectengaas op strategische plekken.
- Goed sluitende deuren en sluizen.
- Beperken van openingen en kieren.
- Schone kasranden en onkruidvrije zones.
- Duidelijke scheiding tussen teeltvakken waar nodig.
2. Procesmaatregelen
- Vaste scoutmomenten.
- Snelle melding van bladluizen en vergeling.
- Registratie per afdeling, pad of teeltvak.
- Training van medewerkers op herkenning van CABYV symptomen.
- Duidelijk actieprotocol bij verdachte planten.
3. Teeltmaatregelen
- Plantvitaliteit op peil houden.
- Stress beperken, omdat zwakke planten sneller symptomen laten zien.
- Klimaat en watergift stabiel houden.
- Voedingstekorten uitsluiten bij vergeling.
- Verdachte planten laten testen bij twijfel.
Rassenkeuze en weerbaarheid
Rassenkeuze kan helpen om risico’s te beperken, maar moet altijd worden gecombineerd met bladluisbeheersing en monitoring. Bij meloen kunnen rassen met bladluisresistentie doorgaans zorgen voor een duidelijke vertraging van CABYV-infectie. Dat komt doordat de vector minder succesvol is, waardoor virusoverdracht wordt vertraagd.
Voor komkommer blijft het belangrijk om per ras en segment te kijken naar:
- Gevoeligheid voor vergeling.
- Gewasvitaliteit onder stress.
- Productieherstel na aantasting.
- Praktijkervaring in perioden met hoge bladluisdruk.
- Beschikbare resistentie-informatie vanuit de leverancier.
Resistentie of weerbaarheid is nooit een vervanging voor preventie. De beste aanpak blijft: raskeuze, bladluisbeheersing, insectwering en vroege monitoring combineren.